We zijn opgevoed met drie ruimtelijke dimensies (lengte, breedte, hoogte) en één tijdsdimensie. Vier dus. Voor het pakken van een kopje koffie is dat genoeg. Voor het begrijpen van het heelal, van een fusiereactor of van een samenleving niet.
Wat ik voorstel: zeven dimensies
In mijn model komen er drie dimensies bij die we meestal vergeten of stilzwijgend wegmoffelen in formules:
| Dimensie | Symbool | In gewone woorden |
|---|---|---|
| Ruimte | x, y, z | Waar iets is |
| Tijd | t | Wanneer iets is |
| Grootte | G | Op welke schaal je kijkt — atoom, mens, sterrenstelsel |
| Waarde | W | Van antimaterie naar materie — wat iets "weegt" qua bestaan |
| Veelvoud | N | Hoeveel parallelle versies van het systeem er zijn |
Waarom G nodig is
Een mier en een olifant gehoorzamen aan dezelfde natuurwetten. Maar op de schaal van een mier zijn oppervlaktespanning en wrijving overheersend; op de schaal van een olifant zwaartekracht. Een mier valt van een wolkenkrabber zonder schade. Een olifant niet. Dezelfde natuurwet, andere uitkomst — afhankelijk van G.
Hetzelfde geldt op kosmische schaal. Onze huidige zwaartekrachttheorie beschrijft het pad van de maan met indrukwekkende precisie, maar verklaart niet waarom sterrenstelsels veel sneller draaien dan ze zouden moeten op basis van zichtbare massa. De gebruikelijke noodgreep heet "donkere materie". Mijn voorstel: niet uit een nieuw soort stof, maar uit het feit dat G een echte dimensie is met eigen wetten die we nog niet opschreven.
Waarom W nodig is
Materie en antimaterie zijn elkaars tegenpolen. Als ze elkaar raken, vernietigen ze elkaar en blijft er energie over. Mijn voorstel is dat materie en antimaterie geen tegenpolen zijn, maar uiteinden van een doorlopende as — de W-dimensie.
Stel je een schuifregelaar voor. Aan de ene kant: materie zoals wij die kennen. Aan de andere kant: antimaterie. Daartussen zit een heel spectrum van toestanden. Iets dat een andere W-waarde heeft dan wij, is voor ons onzichtbaar — niet omdat het er niet is, maar omdat het op een andere "frequentie" bestaat. Zoals een radiozender op 100 MHz onzichtbaar is voor een ontvanger die op 90 MHz staat afgesteld.
Wat we nu donkere materie noemen, zou in dit beeld gewone materie zijn met een andere W. En de zwaartekracht die we voelen van die "donkere" materie, ontstaat doordat zwaartekracht over de W-as heen werkt, in tegenstelling tot licht.
Waarom N nodig is
De N-dimensie is veelvoud. Niet als hippe multiverse-theorie, maar als praktische erkenning dat een zwart gat aan de binnenkant misschien geen punt is, maar een ingang naar een ander systeem. Twee universa kunnen via zo'n ingang verbonden zijn, en materie kan tussen N-waarden stromen.
Wat heb je hieraan in het dagelijks leven?
Heel veel, eigenlijk. Want hetzelfde denkraam werkt ook op samenlevingen:
- G (schaal): een beleid dat op gemeenteniveau werkt, kan op landniveau averechts uitpakken. Dat is geen toeval — dat is een schaalwet.
- W (waarde): in een samenleving kun je niet alles in euro's uitdrukken. Respect, waardigheid en vertrouwen hebben hun eigen "W-waarde" die meetelt, ook al staat het niet op de balans.
- N (veelvoud): één land is een experiment. Twintig landen die elk anders kiezen, leveren bewijs. Daarom is uniformerende EU-regelgeving vaak slechter dan concurrentie tussen lidstaten.
Is dit wetenschap of fantasie?
Eerlijk antwoord: het is een denkraam, geen bewezen theorie. Ik heb het ontwikkeld omdat de bestaande modellen te veel ad-hoc-pleisters nodig hebben om alles te verklaren: donkere materie, donkere energie, fine-tuning van constanten. Een goed model verklaart veel met weinig. Mijn model probeert dat te doen door drie ontbrekende assen toe te voegen.
Of het klopt, weet ik niet zeker. Maar de geschiedenis van de wetenschap leert dat de mensen die de doorbraken maakten — Galileo, Maxwell, Einstein — allemaal eerst werden uitgelachen omdat ze beweerden dat er meer assen waren dan men dacht.
"Een nieuwe theorie wint niet doordat tegenstanders overtuigd raken, maar doordat ze sterven. De volgende generatie groeit ermee op." — Max Planck