Editie 1 — Zaterdag 23 mei 2026

Het Open Vizier

Onderwijs

Van leerfabriek naar leerwerkplaats

Een school die honderd zessen aflevert, ontvangt nu meer geld dan een school die vijftig achten aflevert. Dat is het probleem.

We financieren scholen op het aantal diploma's dat ze afleveren. Dus leveren ze diploma's af. Niet noodzakelijk geleerde mensen. Dat is geen wreedheid van de leraren — die doen meestal hun best — het is een ingebouwde prikkel die zich vanzelf vertaalt in lagere normen, makkelijkere examens en steeds meer "leertrajecten" voor wie eigenlijk niet geschikt is voor het niveau.

Het probleem in één zin

Wie scholen afrekent op aantal slagenden, krijgt aantal slagenden. Wie ze afrekent op geleerde mensen, krijgt geleerde mensen.

Wat ik voorstel

Bekostiging op uitkomst, niet op aantal. Het gemiddeld eindexamencijfer wordt leidend, niet het slagingspercentage. Een school die honderd leerlingen met een 6 laat slagen, ontvangt minder dan een school die vijftig leerlingen met een 8 aflevert. Onmiddellijk verandert de prikkel: scholen willen weer leerlingen die kunnen presteren, en leerlingen krijgen weer reden om te presteren.

Strengere toelating. Scholen mogen weer kiezen wie ze toelaten. Niet om uit te sluiten, maar om motivatie en talent samen te brengen. Een gymnasium voor wie écht abstract kan denken. Een vakopleiding voor wie liefde voor het ambacht heeft. En vooral: een eerlijke spiegel voor wie ergens niet past, in plaats van valse hoop tot het diploma onbereikbaar blijkt.

Risico terug in de kindertijd. Kinderen leren in vrij buitenspel meer over wetten, regels, verantwoordelijkheid en pijn dan in elk lokaal. Een kind dat nooit uit een boom is gevallen, leert te laat wat zwaartekracht is. Een kind dat nooit ruzie heeft gemaakt zonder volwassen tussenkomst, leert te laat over conflict en verzoening.

Mijn voorstel: stop met overheidsgeld voor kinderopvang en kleuteronderwijs in de eerste zeven tot tien jaar. Verleg dat budget naar ouderondersteuning thuis: een belastingvrije toelage voor de ouder die voor het kind kiest, plus toegang tot opvoedingscoaching en netwerken. Dit is geen aanval op werkende ouders — het is een keuze teruggeven die nu economisch onmogelijk is gemaakt.

Vakmensen weer in ere. Een uitstekende loodgieter levert meer maatschappelijke waarde dan een middelmatige bestuurskundige. Toch wordt de eerste behandeld als sluitpost en de tweede als ideaal. Dat is een culturele ziekte die begint bij ouders die hun kind "iets met kantoor" wensen, en eindigt bij een land dat geen vakmensen meer kan vinden voor de energietransitie.

Waarom dit met de 7D-denkwijze klopt

Onderwijs schaalt slecht (G-dimensie): wat in een klas van vijftien werkt, faalt in een klas van dertig. Dat is geen bestuurlijk probleem, dat is een natuurwet. Een leraar kan een beperkt aantal mensen tegelijk aandacht geven; voorbij die grens daalt de kwaliteit per leerling onontkoombaar.

Onderwijs heeft een hoge W-waarde die niet in geld is uit te drukken — een goede leraar verandert een leven, en die verandering komt pas decennia later tot uitdrukking in welvaart of welzijn. Beleid dat alleen op kortetermijngeld stuurt, ziet die W-waarde niet en breekt het stelsel langzaam af.

En onderwijs vraagt om N-veelvoud: verschillende scholen, verschillende methodes, geen monocultuur. Eén ministerieel curriculum dat alle 7.500 basisscholen hetzelfde laat doen, is een afvlakkingsmachine. Vrijheid voor scholen om anders te zijn, levert leerlingen die anders zijn — wat een land nodig heeft.

De tegenwerping

Mensen zullen zeggen: dit is elitair, je sluit kinderen uit. Mijn antwoord is dat een eerlijke spiegel het tegenovergestelde van uitsluiting is. Wie nu een diploma haalt waar weinig achter zit, wordt later alsnog uitgesloten — op de arbeidsmarkt, in een opleiding waar hij niet aankan, in een leven dat hem niet past. Dat is wreder dan op tijd zeggen: dit is niet jouw weg, kijk hier eens.

Onderwijs is geen socialezekerheidsstelsel. Het is een instrument om mensen zichzelf te laten worden. Dat lukt alleen met eerlijke maten.

Praat mee

Wat heeft jou in je opleiding écht gevormd? En had de overheid daar iets mee te maken — of juist niet?