Taal · Nederlands
Editie 3 — Juni 2026

Het Open Vizier

Gratis informatieblad zonder reclameOnafhankelijk, geen mening, geen verkoop van gegevensHoud mij op de hoogte →
🎧
Editie 3 · Juni 2026 · 09

Het oergevoel in de beroepspraktijk

Verkoper, baas, consultant en bankier — vier beroepen, één instrument

Toepassing · 22 min lezen

Waarom de verkoper, de baas, de consultant en de bankier allemaal hetzelfde instrument nodig hebben — en waarom drie van de vier het niet meer mogen gebruiken

Een kind van vier loopt een onbekende kamer in en weet binnen tien seconden wie er aanwezig is. Wie boos is, wie verdrietig, wie vriendelijk, wie liegt. Het kind heeft geen techniek geleerd. Het heeft geen vragenlijst. Het heeft alleen iets wat we allemaal mee ter wereld brengen en wat we vervolgens, in de jaren daarna, er systematisch uit laten knijpen: het oergevoel.

Dit artikel gaat over wat er gebeurt als datzelfde instrument — de menselijke antenne die in tien seconden meet wat geen apparaat in tien jaar kan meten — verdwijnt uit de beroepen waar het er werkelijk om gaat. Verkoper. Leidinggevende. Consultant. Bankier. Vier beroepen die in essentie hetzelfde doen: beslissen over mensen, met mensen, voor mensen. En vier beroepen waarin het instrument waarmee dat moet gebeuren systematisch wordt uitgeschakeld.

De verkoper

De vertegenwoordiger die binnenkomt bij een klant scant in de eerste seconden exact hetzelfde als het kind dat de kamer inloopt. Niet bewust. Niet met technieken uit een cursus. Met het oergevoel. Hij voelt of deze man gespannen is, vermoeid, trots op iets, bang voor zijn baas, eenzaam, gehaast, onzeker over een beslissing die hij vandaag moet nemen. Dat zit niet in woorden. Dat zit in de stand van de schouders, het tempo van de ademhaling, de manier waarop de secretaresse hem aankondigde, de blik bij het inschenken van de koffie.

De verkoop gebeurt daar. Niet in de presentatie. Niet in de prijsonderhandeling. Niet in de brochure. Die komen later en zijn vrijwel altijd rationalisaties achteraf.

De meeste verkooptrainingen werken op het verkeerde niveau. SPIN-methode, vijf stappen naar de close, bezwaren weerleggen, vraagtechnieken — allemaal de bovenste laag. Dat werkt alleen als de onderste laag al goed staat. Voelt de klant op oergevoel-niveau dat hij gezien wordt, dat hij geen prooi is, dat er geen verborgen agenda is? Dan accepteert hij de techniek erbovenop. Voelt hij dat niet? Dan registreert hij elke techniek als manipulatie en sluit hij af.

Voelt de klant op oergevoel-niveau dat hij gezien wordt, dat hij geen prooi is, dat er geen verborgen agenda is?

De beste verkopers die er ooit hebben gelopen waren bijna nooit de gladste. Het waren mensen die rustig binnenkwamen, echt keken, echt luisterden, en pas spraken wanneer ze begrepen wat de ander nodig had. Vaak verkochten ze door niet te verkopen — door te zeggen "dit product is niets voor u, maar ik ken iemand die u wel kan helpen". Daarna kwam die klant terug, en bracht er drie mee.

De baas

Hetzelfde instrument, andere schaal. De ondernemer die uit het niets iets heeft neergezet — de bakker die een keten werd, de monteur die een fabriek werd, de uitvinder die een industrie startte — die heeft het oergevoel altijd gebruikt. Hij kon niet anders. Hij had geen afdeling marketing, geen consultancy, geen dashboard. Hij had zijn neus. Hij voelde welke klant terug zou komen, welke leverancier zou flessen, welke medewerker zou groeien, welk product zou aanslaan voordat de cijfers het lieten zien.

Dat is geen mystiek. Dat is dezelfde antenne als bij de verkoper, alleen gericht op een groter veld. Niet één klant in één gesprek, maar honderden mensen, markten, stromingen, stemmingen. Hij voelt wanneer het personeel mort voordat iemand het uitspreekt. Hij voelt wanneer een markt gaat draaien voordat het in de krant staat. Hij voelt wanneer een vergadering nep is.

Hier wordt het anders, en hier zit de breuk. De ingehuurde CEO is in negen van de tien gevallen iemand die de top heeft bereikt door de bovenste hersenlaag. Hij heeft op de juiste universiteit gezeten, de juiste stages gedaan, de juiste mentor gehad, de juiste corporate ladder beklommen. Hij is geselecteerd door commissies die zelf ook op de bovenste laag opereren. De hele filter heeft het oergevoel eruit gezeefd, niet erin gehouden.

Daarom zien we steeds hetzelfde patroon: een bedrijf dat is opgebouwd door een ondernemer met antenne wordt overgenomen door een professional zonder antenne. De cijfers blijven een paar jaar goed lopen op de inertie van wat de oprichter heeft gebouwd. Dan begint het te schuiven. De CEO begrijpt niet waarom, want zijn dashboard staat nog op groen. Hij neemt consultants in de arm. Die hebben ook geen antenne, want ze zijn op dezelfde manier geselecteerd. Samen bedenken ze reorganisaties die het laatste oergevoel uit de organisatie persen — de oude rotten die nog wel iets voelden worden afgevloeid omdat ze "niet meer passen bij de strategie". Vijf jaar later staat het bedrijf in de uitverkoop. De CEO vertrekt met een bonus en wordt CEO van het volgende.

De consultant

En dan komt het scherpst van de snede — het moment waarop een buitenstaander moet beslissen of een bijna-failliet bedrijf nog leeft of niet. De cijfers geven hier nooit uitsluitsel. Bij grote verliezen of grote winsten doen ze hun werk wel — verlies is verlies, winst is winst, daar hoef je niets bij te voelen. Maar in de smalle zone — het kleine plusje, de net-niet, de bijna-rond — daar valt de uitkomst op iets anders. Twee bedrijven met identieke cijfers kunnen in deze zone tegenovergestelde uitkomsten hebben. Het ene gaat door, het andere zakt weg. De boekhouder maakt twee scenario's: bij een paar aannames lukt het, bij andere niet. De vraag is wat er morgen gaat gebeuren, en dat staat nergens in.

De consultant die alleen op de bovenste laag werkt — en dat is het overgrote deel van de turnaround-managers, curatoren en herstructureringsadviseurs — kan deze vraag fundamenteel niet beantwoorden. Hij kan modellen bouwen, scenario's draaien, gevoeligheidsanalyses doen, maar hij kan niet voelen of er nog leven in dit bedrijf zit. Hij ziet wel of de balans rond te krijgen is bij een bepaalde aanname, maar hij ziet niet of die aanname klopt.

Daarom zien we de bekende uitkomsten: bedrijven die volgens elk model gered hadden kunnen worden, gaan alsnog ten onder na de doorstart, terwijl andere bedrijven die volgens elk model dood waren, weer opbloeien zodra de juiste mens aan het roer komt.

De consultant die zijn oergevoel nog heeft, loopt het bedrijf binnen en weet binnen drie dagen waar het echt zit. Hij praat met de receptionist, met de chauffeur, met de oudste monteur op de werkvloer, met de jongste secretaresse. Hij voelt of er nog trots is, of er nog vakmanschap is, of er nog iemand is die 's nachts over het bedrijf droomt. Hij voelt of de leiding nog gelooft in wat ze doen of dat ze al maanden bezig zijn hun cv bij te werken.

Hij ziet of de oude oprichter nog ergens in de schaduw aanwezig is, of het bedrijf inmiddels volledig is overgenomen door professionals zonder antenne. Hij ziet of de klanten nog uit liefde komen of alleen nog uit gewoonte. Hij ziet of het product nog ergens een ziel heeft of dat het puur prijs is geworden.

Dit zijn allemaal dingen die je niet kunt meten maar die de uitkomst volledig bepalen. Een bedrijf met cijfers in het rood maar met een werkvloer die nog gloeit is te redden. Een bedrijf met cijfers in een klein plusje maar met een werkvloer waar niemand meer in iets gelooft, is dood — alleen weet het zelf nog van niets.

Hier zit dus een dubbele eis die zelden wordt onderkend. De consultant moet niet alleen zelf antenne hebben, hij moet ook de antenne van de leiding kunnen meten. Hij moet voelen of er nog gevoel zit in de mensen die het bedrijf besturen. Dat is een meting op een laag waar geen instrument voor bestaat behalve het eigen oergevoel.

En dit verklaart waarom de meeste turnarounds mislukken. Niet omdat de cijfers verkeerd zijn berekend, maar omdat de consultant op de verkeerde laag heeft gemeten. Hij heeft de balans gelezen en niet de mensen. Hij heeft het businessplan beoordeeld en niet de blik in de ogen van de directeur die het plan voorlegt.

Een doorstart die echt slaagt heeft bijna altijd hetzelfde patroon: er is iemand die voelt waar het bedrijf vandaan komt en waar het naartoe kan. Soms is dat de oprichter die terugkomt. Soms is dat een nieuwe eigenaar die zelf ondernemer is geweest en herkent wat er nog over is. Soms is dat een sleutelfiguur uit de werkvloer die wordt gepromoveerd omdat hij als enige nog voelt wat het bedrijf eigenlijk is. In al deze gevallen is de financiering belangrijk, maar volgend. Eerst de antenne, dan het kapitaal. Andersom werkt niet — kapitaal zonder antenne is bekend onderbod voor traag verlies.

De doorstart die mislukt heeft ook bijna altijd hetzelfde patroon: een nieuwe eigenaar zonder verbinding met het bedrijf, een interim-bestuurder uit een pool van professionals, een raad van advies vol mensen die nog nooit een product hebben gemaakt of een klant hebben bediend. De cijfers worden gepoetst, er wordt bezuinigd, het personeel wordt op cursus gestuurd, er komt een nieuwe huisstijl. Twee jaar later staat het bedrijf opnieuw in de uitverkoop, dan voor minder geld dan de eerste keer.

De bankier

En dan komt de meest verwoestende toepassing van het hele model, want bij de banken is het oergevoel niet alleen verloren — het is institutioneel verboden.

De dorpsbankier van vijftig jaar geleden, de directeur van het lokale kantoor dat de boer financierde en de smid en de bakker, deed precies één ding goed: hij voelde de mens tegenover zich. Hij wist of deze boer 's ochtends om vijf uur opstond of niet. Hij wist of die smid zijn zoon iets had geleerd of dat de zaak met hem zou eindigen. Hij wist of de bakkersvrouw stiekem de boekhouding deed omdat haar man het niet aankon. Hij kende de kinderen, de gezondheid, het humeur, de drank.

Op basis daarvan gaf hij krediet. De cijfers waren erbij, maar ze waren ondersteunend. De werkelijke vraag — gaat deze mens dit geld terugbetalen — werd beantwoord op het oergevoel-niveau, met informatie die nergens in de boeken stond. En die bankier had gelijk. De wanbetaling-percentages waren laag. Niet omdat het systeem zo goed werkte, maar omdat de meting op de juiste laag plaatsvond.

Een bank van nu kan niet meer op deze manier werken. Niet omdat de bankiers minder slim zijn, maar omdat het systeem het verbiedt. Elke kredietbeslissing moet "onderbouwd" zijn. Onderbouwd betekent: terug te voeren op cijfers, regels, scores, modellen. Iemand die zegt "ik geef deze man krediet omdat ik aan zijn ogen zie dat hij het zal terugbetalen" wordt onmiddellijk teruggefloten door risk management. Hij kan het niet uitleggen aan de auditcommissie. Hij kan het niet verdedigen tegenover de toezichthouder. Dus doet hij het niet.

Wat hij wel mag doen: een score draaien op basis van het verleden. Hoe was de kasstroom de afgelopen drie jaar. Hoeveel onderpand is er. Wat zegt de credit rating. Wat zegt de sectoranalyse. Wat zeggen de stress-scenario's. Allemaal cijfers van gisteren, allemaal in kaart gebracht door modellen die ervan uitgaan dat de toekomst lijkt op het verleden.

Maar een bedrijf dat geld nodig heeft, heeft dat juist omdat het verleden niet meer voldoende is. Het is in transitie, of het start, of het keert. Het bedrijf dat perfect in het verleden past, heeft de financiering niet nodig — dat heeft eigen kasstroom. De vraag om krediet komt per definitie van een onderneming die iets nieuws probeert. Maar het systeem meet juist op het oude. Dus krijgt de ondernemer die iets vernieuwt geen lening, en krijgt het bedrijf dat al jaren hetzelfde doet wel een lening — terwijl het tweede vaak op een doodlopende weg zit en het eerste de toekomst zelf is.

Dit is niet alleen onrechtvaardig. Het is systematisch verkeerd. We hebben het meetinstrument zo gekalibreerd dat het precies de verkeerde signalen oppikt.

We hebben het meetinstrument zo gekalibreerd dat het precies de verkeerde signalen oppikt.

En de wet die hieruit volgt, is in één zin samen te vatten: ze kunnen alleen krediet geven aan wie het niet nodig heeft, en wie het wel nodig heeft laten ze stikken.

Dit is geen ongelukkig bijverschijnsel. Dit is de logische uitkomst van een systeem dat het verleden meet en de toekomst negeert. Wie het niet nodig heeft, heeft per definitie een prachtig verleden — kasstroom, onderpand, winstgevendheid, voorspelbaarheid. Het model zegt groen. De lening wordt verstrekt aan iemand die hem niet had hoeven vragen. De bank verdient veilig. Wie het wel nodig heeft, heeft per definitie een onrustig verleden — een dip, een transitie, een nieuwe start, een fase waarin nog moet blijken of het lukt. Het model zegt rood. De lening wordt geweigerd aan iemand voor wie hij het verschil tussen overleven en omvallen zou maken. De bank "vermijdt risico".

En dit is precies omgekeerd aan wat een bank zou moeten doen. Een bank zou risico moeten dragen. Daar wordt hij voor betaald. Risico inschatten op een manier die niemand anders kan, daar zit zijn maatschappelijke functie. Anders is hij geen bank, hij is een doorgeefluik.

Iedere ondernemer kent dit. De eerste keer dat je geld nodig hebt, krijg je het niet. Want je hebt geen geschiedenis, geen onderpand, geen track record. De keren daarna dat je geld niet meer nodig hebt, krijg je het wel — drie banken bellen ongevraagd met aanbiedingen, want je hebt nu cijfers. Dus moet je de eerste fase overleven zonder bank. Met eigen geld, familiegeld, vriendengeld, leverancierskrediet, klanten die vooruitbetalen, persoonlijke garanties, je huis als onderpand, je pensioen als reserve. Wie geen familiegeld heeft, geen huis, geen reserve — die heeft geen toegang tot het systeem dat ondernemerschap heet. Punt.

Dit is een filter dat zichzelf nooit zo benoemt, maar dat in de praktijk werkt als een klassen-mechanisme. Mensen met familiekapitaal komen erdoor. Mensen zonder, niet. De ongelijkheid die we vervolgens proberen op te lossen met belastingen, is in de kern ontstaan op het moment dat de bank de eerste lening weigerde aan iemand die hem had moeten krijgen.

Het patroon dat zich herhaalt

Verkoper, baas, consultant, bankier. Vier beroepen, één instrument, één steeds terugkerend probleem. Op de bovenste hersenlaag — de menselijke laag van regels, modellen, procedures, rationalisaties — wordt steeds meer gebouwd. Op de onderste laag — het oergevoel dat in tien seconden meet wat geen model in tien jaar meet — wordt steeds minder vertrouwd.

Steeds hetzelfde patroon: regels groeien, oordeel verdwijnt, verantwoordelijkheid versnippert, niemand is meer aansprakelijk, en de werkelijkheid wordt steeds slechter terwijl de rapportages steeds beter worden.

Een gezonde organisatie heeft op elke laag het juiste werk. Op oergevoel-niveau: voelen wat klanten, medewerkers, markten echt willen. Op zoogdierbrein-niveau: relaties bouwen, vertrouwen opbouwen, loyaliteit kweken, cultuur dragen. Op mensenbrein-niveau: structureren, plannen, optimaliseren, contracteren, rapporteren.

Wat we nu in de meeste grote organisaties hebben: de bovenste laag overal, de middelste laag in HR-praatjes, de onderste laag nergens. En dan vragen we ons af waarom medewerkers opbranden, klanten weglopen, innovatie stilvalt, en ondernemers stikken.

Waar dit op uitloopt

Een systeem dat alleen krediet geeft aan wie het niet nodig heeft, financiert per definitie het bestaande. Het bestaande wordt steeds groter, steeds machtiger, steeds onaantastbaarder. Het nieuwe krijgt geen kans. De grote bedrijven worden groter, de kleine blijven klein, de niet-bestaande worden nooit geboren.

Dit is geen vrije markt. Dit is een bevoorrechtingssysteem dat zichzelf vrije markt noemt. De competitie is fictie — wie geen toegang heeft tot kapitaal, doet niet mee. En wie wel toegang heeft, is meestal degene die al gewonnen heeft.

Daarom zien we wat we zien: enkele grote spelers per sector, onaantastbare posities, oligopolies in vrijwel elke markt, marges die niet meer worden weggeconcurreerd, en steeds minder nieuwe bedrijven die echt doorgroeien. Nieuwe bedrijfsoprichting daalt, gemiddelde bedrijfsgrootte stijgt, marktconcentratie neemt toe, sociale mobiliteit neemt af. Dit alles is één lange uitloper van het feit dat de mensen die over mensen beslissen geen mensen meer mogen zien.

Het gat dat niemand benoemt

En dat is precies wat er nooit hardop wordt gezegd in de hele turnaround-, consultancy- en bankenwereld. Het hele vak rust op een meting die niet meer mag plaatsvinden. De consultant die zijn werk goed wil doen, moet stiekem voelen wat hij officieel niet mag voelen. De bankier die een echt goede lening wil verstrekken, moet zijn eigen instrument gebruiken terwijl het systeem dat instrument verbiedt. De verkoper die werkelijk wil verkopen, moet de hele cursus weer afleren die hij verplicht heeft gevolgd.

Wie nog antenne heeft, moet hem geheim houden. Wie geen antenne meer heeft, mag carrière maken. Dit is geen overdrijving. Dit is precies wat we hebben gebouwd.

Wat de consultant zou kunnen doen die dit leest

Ga niet bij het volgende bedrijf eerst naar de boekhouding. Ga eerst drie dagen rondlopen. Praat met mensen die normaal niet gevraagd worden. Voel of er ergens nog iemand is die gelooft. Voel of de leiding nog antenne heeft of dat ze alleen nog dashboards lezen. Voel of de werkvloer nog gloeit of dat hij al uit is.

Schrijf je analyse pas daarna. Laat de cijfers het verhaal bevestigen dat je antenne al verteld heeft. Niet andersom. Als de cijfers iets anders zeggen dan je antenne, ga dan terug en kijk wat je hebt gemist — meestal heeft de antenne gelijk en heeft het cijfer een verborgen aanname die niet klopt.

Durf in je rapport te schrijven wat je voelt, niet alleen wat je kunt onderbouwen. Niet woordelijk — "ik voel dat" gaat niemand accepteren — maar door je formulering. "Dit bedrijf heeft nog richting" is een conclusie die je kunt verdedigen zonder de hele methodologie eronder uit te leggen. "Dit bedrijf is innerlijk al gestopt" idem. Beiden zijn meetbaar, maar niet op de manier die op universiteiten wordt gedoceerd.

En weet: jij bent zelf het instrument. Niet je model. Niet je software. Niet je methode. Jij. Of jouw oergevoel nog intact is, bepaalt of jouw oordeel iets waard is. Houd dat instrument zuiver. Slaap genoeg. Loop weg uit gesprekken die je verziekt zien worden. Werk niet voor opdrachtgevers die je antenne uitschakelen. Het is je enige werkelijke productiemiddel.

Tot slot

Het kind van vier dat de kamer inloopt en in tien seconden weet wie er is — dat kind zou een betere consultant zijn dan een afdeling van vijftig analisten. Niet omdat het kind iets weet wat zij niet weten, maar omdat het kind nog kan meten waar zij niet meer mogen meten.

De vraag van deze tijd is niet hoe we onze modellen verfijnen. De vraag is hoe we onze antennes terugkrijgen. En die vraag begint, zoals alles, bij de kinderen die we nu opvoeden. Maar voor wie nu in het beroep staat, is er een tweede vraag: ben jij nog bereid om je eigen instrument te gebruiken, ook als het systeem je dat verbiedt? Want zonder die bereidheid is jouw vak een rituele dans rond een patiënt die ondertussen wegglijdt.

Dit is editie 3, artikel 9. Het hoort bij openvizier.org en bij de eerdere stukken over het oergevoel, de drie hersenlagen, en wat we de kinderen aandoen. Voor wie nieuwsgierig is naar het achterliggende model: zie de naslagwerken "Denkbasis 7D-gevoelsmodel" en "Onderwijs en opvoeding in het AI-tijdperk".

Voor wie nieuwsgierig is naar het achterliggende model: zie de naslagwerken "Denkbasis 7D-gevoelsmodel" en "Onderwijs en opvoeding in het AI-tijdperk".

Het oergevoel in de beroepspraktijk

Verkoper, baas, consultant, bankier. Vier beroepen die in essentie hetzelfde doen: beslissen over mensen, met mensen, voor mensen. En vier beroepen waarin het instrument waarmee dat moet gebeuren systematisch wordt uitgeschakeld.

"De menselijke antenne die in tien seconden meet wat geen apparaat in tien jaar kan meten."

De verkoper en de baas

De vertegenwoordiger scant in de eerste seconden exact hetzelfde als het kind dat de kamer inloopt. De verkoop gebeurt daar — niet in de presentatie, niet in de prijsonderhandeling. SPIN-methode, vijf stappen naar de close: allemaal de bovenste laag. Voelt de klant op oergevoel-niveau dat hij geen prooi is? Dan accepteert hij de techniek. Voelt hij dat niet? Dan registreert hij elke techniek als manipulatie.

De ondernemer die uit het niets iets neerzette, gebruikte dezelfde antenne op een groter veld: hij voelt wanneer het personeel mort voordat iemand het uitspreekt, wanneer een markt gaat draaien voordat het in de krant staat. De ingehuurde CEO heeft de top bereikt via de bovenste hersenlaag, geselecteerd door commissies die het oergevoel eruit hebben gezeefd. Het bedrijf loopt nog jaren op de inertie van de oprichter. Dan begint het te schuiven — en het dashboard staat nog op groen.

De consultant

Bij grote verliezen of winsten doen de cijfers hun werk. Maar in de smalle zone — het kleine plusje, de bijna-rond — valt de uitkomst op iets anders. Twee bedrijven met identieke cijfers kunnen tegenovergestelde uitkomsten hebben. De consultant die alleen op de bovenste laag werkt, kan niet voelen of er nog leven in het bedrijf zit.

De consultant die zijn oergevoel nog heeft, loopt drie dagen rond. Hij praat met de receptionist, de chauffeur, de oudste monteur. Hij voelt of er nog trots is, of de leiding nog gelooft of al maanden hun cv bijwerkt.

Een bedrijf met cijfers in het rood maar een werkvloer die nog gloeit is te redden. Een bedrijf met een klein plusje maar waar niemand meer ergens in gelooft, is dood — alleen weet het zelf nog van niets.

De bankier

Hier is het oergevoel niet alleen verloren — het is institutioneel verboden. De dorpsbankier van vijftig jaar geleden voelde de mens tegenover zich: hij wist of de boer om vijf uur opstond. De wanbetaling was laag, want de meting vond plaats op de juiste laag. Nu moet elke beslissing "onderbouwd" zijn: terug te voeren op scores en modellen, allemaal cijfers van gisteren.

Maar een bedrijf dat geld nodig heeft, heeft dat juist omdat het verleden niet meer voldoende is. Het systeem meet op het oude. Dus krijgt de vernieuwer geen lening en het bedrijf dat al jaren hetzelfde doet wel.

"Ze kunnen alleen krediet geven aan wie het niet nodig heeft, en wie het wel nodig heeft laten ze stikken."

Het patroon dat zich herhaalt

Vier beroepen, één instrument, één probleem. Op de bovenste laag — regels, modellen, rationalisaties — wordt steeds meer gebouwd. Op de onderste laag wordt steeds minder vertrouwd. Regels groeien, oordeel verdwijnt, verantwoordelijkheid versnippert, en de werkelijkheid wordt steeds slechter terwijl de rapportages steeds beter worden.

Een systeem dat alleen krediet geeft aan wie het niet nodig heeft, financiert per definitie het bestaande. De grote bedrijven worden groter, het nieuwe krijgt geen kans. Dit is geen vrije markt — het is een bevoorrechtingssysteem dat zichzelf vrije markt noemt. Wie geen familiekapitaal heeft, komt er niet door. De ongelijkheid die we met belastingen proberen op te lossen, ontstaat op het moment dat de bank de eerste lening weigert aan iemand die hem had moeten krijgen.

Slot

Het hele vak rust op een meting die niet meer mag plaatsvinden. Wie nog antenne heeft, moet hem geheim houden. Wie geen antenne meer heeft, mag carrière maken. Aan de consultant die dit leest: ga eerst drie dagen rondlopen, praat met wie normaal niet gevraagd wordt, voel of de werkvloer nog gloeit. Schrijf je analyse pas daarna. En weet: jij bent zelf het instrument. Niet je model. Houd het zuiver.

De vraag van deze tijd is niet hoe we onze modellen verfijnen. De vraag is hoe we onze antennes terugkrijgen. — Jacobus van Merksteijn