De erfenisgolf van 240 miljard: laten stromen of afromen?
De grootste vermogensoverdracht ooit rolt over Nederland heen. Wie het geld belast, remt de economische spiraal. Wie het ongestuurd laat, ziet het naar Wall Street en de huizenmarkt vloeien. Er is een derde weg.
Door Jacobus van Merksteijn · Malta · 12 juli 2026
De babyboomers laten geld na. Heel veel geld. In de komende tien jaar rolt er, volgens de UvA-econoom Paul de Beer, tussen de 230 en 240 miljard euro aan erfenissen door Nederland. Dat is meer dan de volledige Rijksbegroting voor onderwijs, cultuur én defensie samen. En het is nog maar het begin: tegen 2035 kan de jaarlijkse erfenisstroom oplopen naar 40 miljard euro. De 65-plussers bezitten inmiddels 955 miljard aan vermogen — meer dan het dubbele van tien jaar geleden.
De vraag die zelden gesteld wordt: waar gaat al dat geld heen? En, belangrijker: waar zou het heen moeten gaan? Want achter de cijfers schuilt een politieke keuze die verder gaat dan de gebruikelijke tweedeling van links ("belast het") en rechts ("schaf de erfbelasting af"). Er is een derde weg, en die begint met de constatering dat beide kampen het grotendeels bij het verkeerde eind hebben.
Waar het geld nu heen vloeit
Als je een gemiddelde erfenis in Nederland volgt van de notariële akte tot zijn eindbestemming, kom je op vier plekken uit. Ongeveer 46 procent zit vast in de eigen woning van de overledene en gaat, na verkoop of overdracht, weer terug in de huizenmarkt — vaak in de vorm van hypotheekaflossing bij de erfgenaam, of in een tweede woning. Een tweede grote stroom belandt op spaarrekeningen en in beleggingsdepots, waarvan ruwweg 65 procent van het Nederlandse particuliere beleggingsvermogen buiten de eigen grenzen wordt belegd: in Amerikaanse indexfondsen, wereldwijde ETF's, Aziatische aandelen. Een derde deel gaat op aan consumptie — reizen, auto's, verbouwingen. En een klein deel wordt vroegtijdig doorgeschonken aan kinderen en kleinkinderen om erfbelasting te ontlopen.
Het opvallende: nauwelijks iets van dit geld komt terecht bij Nederlandse bedrijven die willen groeien, bij scale-ups die kapitaal zoeken, bij duurzame-energieprojecten die financiering nodig hebben, bij innovatie in landbouw of technologie. De erfenisgolf is een enorme kapitaalstroom die vrijwel volledig langs de reële Nederlandse economie heen loopt.
Het bankkanaal — mythe en werkelijkheid
"Maar het geld blijft toch in het banksysteem?" wordt vaak tegengeworpen. "Daar kunnen banken bedrijven mee financieren." Dat klopt in theorie: elke euro spaargeld kan onder Basel III-regels drie tot vijf euro aan bedrijfskrediet ondersteunen. Als de tien miljard euro die jaarlijks uit erfenissen op bankrekeningen belandt inderdaad wordt doorgezet als MKB-krediet, praat je over dertig tot vijftig miljard aan potentiële ondernemingsfinanciering.
In de praktijk werkt het anders. Nederlandse banken hebben sinds 2015 structureel deposito-overschotten: ze krijgen meer geld binnen dan ze uitzetten als lening. ING en Rabobank hebben bovendien 50 tot 60 procent van hun activa in het buitenland. De transmissie van spaargeld naar Nederlands ondernemingskrediet is verstopt — niet door gebrek aan geld, maar door gebrek aan risicobereidheid, door strenge kapitaalseisen, en door de eenvoudige realiteit dat een bank liever een Duits energiebedrijf financiert dan een Twentse start-up. Het bankkanaal is er wel, maar het lekt.
De erfenisgolf in cijfers
€ 955 mrd
vermogen 65-plussers in Nederland (2024) — het dubbele van tien jaar terug
€ 230–240 mrd
verwachte overdracht via erfenissen in de periode 2025–2035 (Paul de Beer, UvA)
€ 3,4 mrd
geraamde erfbelastingopbrengst 2025 — ruwweg 7 procent van het jaarlijks vererfd vermogen
1,1 %
effectieve belasting op familiebedrijven via de Bedrijfsopvolgingsregeling — bewijs dat de politiek de spiraal al erkent, alleen selectief
Bronnen: CBS, ESB, CPB, Miljoenennota 2025.
De fiscale spiraal die niemand berekent
Nu de politieke reflex. Links wil de erfbelasting verhogen — de coalitie van GroenLinks-PvdA introduceerde per 2026 al een derde schijf van 30 tot 49,5 procent boven de drie ton. Rechts wil de erfbelasting afschaffen, met een beroep op de "dubbele belasting" (over vermogen is immers al eerder belasting betaald). Beide standpunten zijn intellectueel lui, want beide gaan voorbij aan de kernvraag: wat gebeurt er met het geld?
Elke euro die de staat afroomt via erfbelasting verdwijnt uit het bankmultipliermechanisme. Een euro die op een spaarrekening belandt kan drie tot vijf keer als krediet worden doorgezet; een euro erfbelasting gaat in de algemene pot van de Rijksbegroting — waarvan slechts een fractie, misschien één procent, terechtkomt bij directe economische versterking. Het CPB berekende in zijn evaluatie van eerdere Vpb-verlagingen dat spiraaleffecten grofweg 50 tot 70 procent van de initiële belastingderving compenseren. De erfbelasting is, in macro-economisch opzicht, een van de minst efficiënte belastingen die Nederland kent. Ze levert 3,4 miljard op, maar kost — in gederfde bancaire multiplier — een veelvoud daarvan aan potentieel ondernemingskrediet.
Toch is generieke afschaffing geen oplossing. Kijk naar Ierland: de vennootschapsbelasting werd verlaagd naar 12,5 procent en de opbrengst steeg van 3 naar 24 miljard euro — een spectaculair succes op papier. Maar veel van die opbrengst komt van winstverschuiving door multinationals, niet van reële economische activiteit. De mediaanwerknemer in Dublin voelt weinig van de Iers-fiscale wonderjaren. Generiek de belasting verlagen kan ook betekenen dat je vooral brievenbusconstructies aantrekt.
De derde weg: voorwaardelijke vrijstelling
De uitweg zit niet in meer of minder belasting, maar in gerichte belasting. Nederland kent al één voorbeeld dat werkt: de Bedrijfsopvolgingsregeling. Wie een familiebedrijf erft, betaalt effectief slechts 1,1 procent erfbelasting. De rechtvaardiging: als je familiebedrijven zwaar belast, moeten erfgenamen ze verkopen of ontmantelen, en dat kost werkgelegenheid. De politiek erkent het principe dus al — alleen selectief.
Trek dat principe door. Stel een Kwalificerend Erfenisvermogen in: erfgenamen die hun erfenis binnen zes maanden onderbrengen bij een bank of vermogensbeheerder en tien jaar vastzetten in Nederlandse productieve activa — MKB-obligaties, scale-up-vermogen, duurzame-energie-installaties, biomassa- en Bio-CCS-projecten, agrarische innovatie, infrastructuurobligaties — krijgen een oplopende vrijstelling: 30 procent in jaar één, 60 procent in jaar vier, 100 procent vanaf jaar tien. Wie het geld eerder onttrekt, betaalt naheffing. Wie de erfenis in een Marbellaans appartement of een MSCI World ETF steekt, betaalt gewoon het volle tarief.
De sommen zijn instructief. Bij een deelnamegraad van 40 procent — vergelijkbaar met de Zweedse ISK-spaarrekening, die na tien jaar door bijna de helft van de spaarders wordt gebruikt — bedraagt de directe belastingderving in het eerste jaar zo'n 1,3 miljard euro. Fors, maar niet apocalyptisch: gelijk aan een kwart van de kinderopvangtoeslag. In jaar vier is het break-even door hogere Vpb-, loonbelasting- en btw-opbrengsten uit de gestimuleerde investeringen. In jaar tien is het cumulatieve netto-effect voor de schatkist positief: rond de 8 miljard euro. En dan hebben we het nog niet gehad over 45.000 tot 80.000 extra banen en een structurele bbp-verhoging van 0,7 tot 1,4 procent.
| Scenario over 10 jaar | Belastingopbrengst | Netto BBP-effect | Banen |
|---|---|---|---|
| Nu: erfbelasting normaal, geld vloeit ongestuurd | € 34 mrd | ≈ 0 | 0 |
| Links: erfbelasting verhoogd tot derde schijf 49,5% | € 42 mrd | −0,3 tot −0,6% | −15.000 |
| Rechts: generieke afschaffing erfbelasting | € 0 | +0,2 tot +0,4% | +8.000 |
| Derde weg: Kwalificerend Erfenisvermogen bij 40% deelname | € 42 mrd* | +0,7 tot +1,4% | +45.000 tot +80.000 |
* cumulatief 10 jr: € 34 mrd normale opbrengst + € 8 mrd extra uit spiraaleffecten (Vpb, loonbelasting, btw).
Wat er echt op het spel staat
Achter deze rekensommen zit een groter verhaal. De babyboomers hebben hun vermogen opgebouwd in een tijd waarin Nederland een producerend land was: staal, elektronica, chemie, scheepsbouw, landbouwexport. Hun kinderen en kleinkinderen erven dat vermogen in een tijd waarin Nederland vooral consumeert, importeert en administreert. Als die enorme kapitaalstroom van 240 miljard euro dezelfde route volgt als de vorige golf van vermogensvorming — via de huizenmarkt naar prijsstijgingen en via de spaarbank naar Amerikaanse aandelen — dan is de kans verkeken om die trend te keren.
De erfenisgolf is niet zomaar een fiscaal-technisch vraagstuk. Het is de laatste grote kans van deze generatie om te bepalen of Nederland een productie- en innovatieland blijft of definitief afglijdt naar een dienstverlenend afwikkelkantoor van andermans economie. Dat is geen linkse of rechtse vraag. Het is een vraag over wat wij als land, over vijftig jaar, willen kunnen. Willen we energie produceren of importeren? Willen we technologie ontwikkelen of afnemen? Willen we voedsel telen of doorvoeren?
Fiscale sturing is nooit onschuldig, maar het níet-sturen is óók een keuze — een keuze om het lot in handen te leggen van individuele erfgenamen, vermogensadviseurs en algoritmische beleggingsplatforms die per definitie geen belang hebben bij Nederland. De staat mag daar iets tegenover stellen. Niet met dwang, maar met een aanbod: bind je vermogen aan Nederland, en Nederland bindt zich aan jou.
De babyboomers hebben dit land welvarend nagelaten. De vraag is niet of we dat vermogen mogen aanraken. De vraag is of we de moed hebben om het bewust te sturen — voordat het, geruisloos en onherroepelijk, ergens anders neerstrijkt.
Bronnen
- CBS via Verzekeringsnieuws en Holistic Banker — vermogen 65-plussers Nederland (2024)
- Paul de Beer (UvA) via Seniorenjournaal en Vrij Nederland — projectie erfenisgolf 2025–2035
- ESB, "Nagelaten vermogen 2007–2022 verdubbeld" (2025)
- CPB, "Effect van erfenissen en schenkingen op vermogensongelijkheid" (2019)
- FiscAlert — opbrengsten schenk- en erfbelasting
- Miljoenennota 2025
- Kamerstuk 36602-96 — derde schijf schenk- en erfbelasting per 2026
- Fondbolagens Förening — Zweedse ISK-evaluatie 2024
- Irish Department of Finance — Vpb-opbrengsten

Jacobus van Merksteijn
Malta
Uitgever van Het Open Vizier. Systeemontwerper en publicist. Werkt aan projecten op het snijvlak van bestuurskunde, duurzame energie en data-gedreven beleid.