Een Ferrari die naar gemaaid gras ruikt
Waarom de toekomst van rijden, koken en stoken misschien wel gewoon op een Chinees gras groeit
Jacobus van Merksteijn · Materiaalkundige en uitvinder
Kent u dat? Dat moment waarop u op een terras zit, een Italiaanse sportwagen passeert, en u even alles vergeeft — de boete, de uitlaatgassen, het lawaai — omdat het geluid u recht in de buik raakt. Dat lage, hese geblaf van een V12 die door zijn toeren wordt gejaagd. Daar wordt iets aan u verkocht dat met cijfers niet te vatten is. Dat is geen vervoer. Dat is opera.
En nu vraagt Brussel ons te geloven dat de toekomst van diezelfde Ferrari een doodstil, accuvol kratje op wieltjes is. Met een soundtrack die klinkt als de stofzuiger van uw schoonmoeder.
Ik ga u in dit stukje vertellen waarom dat niet hoeft. En waarom de oplossing waarschijnlijk groeit in een tuin die u nog nooit gezien heeft.
De ongemakkelijke waarheid van de elektrische auto
De elektrische auto wordt aan ons verkocht als schoon. En dat is hij ook — op de plek waar u rijdt. Wat u alleen niet ziet, is wat er is gebeurd óórdat die auto bij u op de oprit stond.
De batterij van uw nieuwe stille wonder bevat kobalt, dat in Congo door kinderen uit de grond wordt geschraapt onder omstandigheden waar u uw hond niet bij wilt laten spelen. Hij bevat lithium, dat in de Atacama-woestijn met zoveel water uit de grond wordt gepompt dat de inheemse boeren toekijken hoe hun grondwater verdwijnt. Hij bevat nikkel uit Indonesische mijnen die regenwoud opvreten alsof het knäckebröd is. En hij bevat zeldzame aardmetalen waarvan de winning in China hele rivieren radioactief maakt.
Daarna wordt al die rommel in containers over de oceaan gevaren naar Europa, in fabrieken aan elkaar gelijmd met meer energie dan u in tien jaar uit het stopcontact trekt, en mag u zich "nul-emissie" noemen. Dat is alsof u een vegetariër bent omdat u zelf het varken niet hebt geslacht.
Ik zeg niet dat de elektrische auto onzin is. Voor de bezorger met een busje en een vast rondje door de stad: prima. Maar voor een Ferrari? Voor de droom van een achtjarig jongetje met een poster aan de muur? Dat is alsof je in de Notre-Dame een McDonald\'s opent.
Een gras dat te hard groeit
Nu de goede kant van het verhaal. Er bestaat een gewas dat eruitziet als gewoon hoog gras, dat zo hard groeit dat het na drie maanden boven uw hoofd uitkomt, en dat genoeg brandstof per hectare oplevert om elke Ferrari, elke Lancia, elke vrachtwagen en elke huiskachel in Europa van energie te voorzien. Het heet Giant Juncao. In het Nederlands: reuzengrasriet. In het Italiaans: erba gigante. In het normale-mensen-Nederlands: een gras dat geen idee heeft wanneer het moet stoppen.
Giant Juncao groeit op grond die nergens anders voor deugt. Niet op de akkers waar uw aardappelen vandaan komen. Niet in het bos. Op de saaie, droge, vergeten stukken niemandsland waar de wind doorheen waait en de schapen alleen langslopen om elders gras te zoeken. Daar gedijt dit gewas alsof het verlost is.
Per hectare levert Giant Juncao drie tot vijf keer meer brandstof dan suikerriet en zes keer meer dan mais. En de brandstof die je eruit haalt heet bio-ethanol — in feite een gezuiverde versie van de stookwaarde die ook in jenever zit. Met dit verschil: de jenever drinkt u op, en de bio-ethanol uit Giant Juncao laat u uw Ferrari mee zingen.
Wat de coureurs al weten
Misschien denkt u nu: leuk hoor, een Hollander met een gras-verhaal. Maar de Amerikanen weten dit al twintig jaar. De IndyCar-races, die snelle ovaalracerij van Indianapolis, rijden sinds 2007 op ethanol. NASCAR sinds 2011. En geen coureur klaagt over verlies van vermogen, geen sponsor heeft zijn handtekening teruggetrokken, geen enkele motor is ontploft van verontwaardiging.
Sterker: ethanol is bijna een betere motorbrandstof dan benzine. Het heeft een hoger octaangetal, koelt de cilinder beter, en laat motoren met meer compressie draaien. Bij Ferrari weten ze dat ook. De Formule 1 stapt vanaf dit jaar op 100% duurzame brandstof. Vigna en Elkann, de mannen die bij Ferrari aan de knoppen zitten, hebben publiekelijk gezegd dat ze meer zien in duurzame brandstof dan in volledig elektrisch. De Ferrari Elettrica komt er wel, maar als één model. Niet als vervanging van wat Ferrari Ferrari maakt.
Wat moet er gebeuren om een V12 op bio-ethanol te laten lopen? Drie dingen. Het regelkastje moet opnieuw geprogrammeerd worden — standaardwerk voor elke ontwikkelafdeling. De rubbers van de brandstofslangen moeten ethanol-bestendig zijn — al lang te koop bij Bosch en Magneti Marelli. En de boeren moeten een papiertje krijgen dat hun grond niet bij een voedselveld is afgesnoept — een certificaat dat in 18 maanden te regelen is.
Geen mijnen openen. Geen accufabrieken bouwen. Geen netwerk van laadpalen waarvoor België of Italië het stroomnet moet verdubbelen. Alleen een gras planten, gisten, distilleren, en tanken.
En thuis dan?
Het wordt nog mooier. Dezelfde brandstof die in uw Ferrari kan, kan ook in uw huis. Niet in een gewone kachel — die is ouderwets — maar in iets wat een Stirling-motor heet. Dat is een uitvinding van een Schotse dominee uit 1816, en geen enkele uitvinding is door minder mensen begrepen en door meer ingenieurs bewonderd.
Een Stirling-motor zet warmte om in beweging zonder explosies. Heel rustig, heel stil, heel betrouwbaar. NASA gebruikt ze in ruimtesondes omdat ze duizenden uren draaien zonder onderhoud. En in Engelse en Nederlandse huizen heeft een bedrijfje genaamd Microgen ze al tienduizenden keren geïnstalleerd, hangend naast de cv-ketel.
Een Stirling-CHP, zoals het ding heet, verwarmt uw huis én levert tegelijk uw stroom op. Een liter ethanol per uur is genoeg om een Nederlands rijtjeshuis warm te houden en de lampen, de tv en de pasta-maker van energie te voorzien. En — dit is het slimme stukje — als u een vaatje van 250 liter in de bijkeuken zet, kunt u rustig negen dagen niets geleverd krijgen en is uw huis nog warm. Probeer dat maar eens met een warmtepomp tijdens een Russische cyberaanval op het stroomnet.
Het slimme stukje met de gasleiding
Nu komt het allerleukste. We hebben in Europa 140.000 kilometer aan gasleidingen liggen. Afgeschreven. Onder elke straat. Tot in elke woning. En we gaan ze — nu we van het gas af willen — leeg laten? Onbenut laten? Dichtdoen, terwijl we tegelijk miljarden moeten uitgeven aan dikkere stroomkabels omdat warmtepompen het stroomnet niet aankunnen?
Dat is alsof u een nieuwe snelweg aanlegt langs een snelweg die u net hebt laten asfalteren omdat er u eens iemand verteld heeft dat asfalt uit is.
Door die bestaande gasleidingen kunnen we een dunne ethanol-leiding trekken. Een buis in een buis. De oude gasleiding blijft eromheen zitten als veiligheidsmantel, voor het geval er ooit een druppel zou willen ontsnappen. En in plaats van te wachten tot er aardgas door komt, druppelt er straks bio-ethanol uit Giant Juncao naar het vaatje in uw bijkeuken. Een liter per uur. Geen tankwagens, geen vrachtverkeer, geen rij voor de oliebol — ik bedoel — de tank. Gewoon, doorstromen.
Maar de tegenstand
U vraagt zich natuurlijk af: als dit zo geweldig is, waarom hoor ik er dan nooit van? Goede vraag. Drie redenen.
Eén: de warmtepomp-industrie is groot, en heeft veel geld geïnvesteerd in fabrieken die alleen warmtepompen kunnen maken. Die mensen vinden bio-ethanol-CHP niet leuk. Net zoals taxichauffeurs Uber niet leuk vinden.
Twee: bio-ethanol heeft sinds een paar misverstanden uit 2008 een slechte reputatie. Toen leek het even alsof we onze tarwe-akkers wilden volplempen met brandstofgewassen. Dat was inderdaad onzin. Maar Giant Juncao groeit nu juist op de plekken waar geen tarwe wil staan. Onthoud dat verschil: niet op uw aardappelen, maar op de gravelvlakte ernaast.
Drie: het is veel makkelijker om beleidsmakers in Brussel één grote oplossing te verkopen ("alles elektrisch!") dan een mozaïek van slimme oplossingen die per land en per situatie verschillen. Politiek houdt van rechte lijnen. De werkelijkheid is altijd krom.
De Ferrari die naar gemaaid gras ruikt
Stelt u zich voor: een zomeravond in 2032. U zit op datzelfde terras. Een Ferrari rijdt langs. De V12 brult, de uitlaat zingt, het geluid raakt u net zo diep als altijd. Alleen achter de auto hangt nu een geur die u niet kunt plaatsen. Geen benzine. Geen diesel. Iets\... lichts. Iets vegetaals. Een beetje als gemaaid gras op een julimiddag, met een vleugje stookoven uit grootmoeders tijd.
Dat is een Ferrari die rijdt op bio-ethanol uit Giant Juncao. Dezelfde brandstof als die thuis uw huis warm houdt. Geen Congolees kind heeft ervoor in een mijn hoeven kruipen. Geen Indonesisch regenwoud is ervoor gerooid. Geen Chinees rivierbed is radioactief geworden. Alleen een boer in Apulië, of in de Mancha, of misschien wel in Limburg, heeft een veld vol reuzengras laten oogsten en is er op tijd thuis voor het journaal.
De Cavallino Rampante steigert nog steeds. De motor zingt nog steeds. De opera is niet voorbij. Hij is alleen schoner geworden.
Dat lijkt mij — als materiaalkundige, als dromer, en als iemand die ook wel eens op een terras zit — een toekomst die het waard is om voor te kiezen.
Jacobus van Merksteijn
Malta, juni 2026