★ De Grote Plundering · Centraal stuk
0
Eerst plukken, dan oordelen
De cirkel van onrecht waarin Europa zichzelf vernietigt
Jacobus van Merksteijn · Malta, juni 2026
Dit is geen artikel over belasting. Dit is een artikel over een verkeerd opgezette samenleving, waarin de mensen die de welvaart maken, de prijs betalen voor de mensen die haar opmaken — en daarna nog de schuld krijgen ook.
Het gaat om iets eenvoudigs dat wij zijn vergeten. Wie iets maakt, hoort daarvan te leven. Wie iets niet maakt, hoort niet te leven van wat een ander maakt. En zeker mag de tweede groep niet oordelen over de eerste, alsof zij weet hoe het moet.
Dat is wat in Europa gebeurt. Wij hebben de financiering van onze uitkeringen, onze pensioenen, onze zorg, onze publieke wensen — alles wat wij aan de onderkant en in het midden willen hebben — gelegd op de schouders van wie ons de ruimte geeft geld te verdienen. De ondernemer. De uitvinder. De fabriek. De familie die generaties heeft gebouwd. Wij plukken hen.
Vervolgens beperken wij hen. Zij houden minder over dan hun bedrijf nodig heeft om mee te kunnen met China, met Amerika, met India. Hun fabrieken verouderen. Hun onderzoek vertraagt. Hun productie blijft achter.
En dán — wanneer de gevolgen zichtbaar worden, wanneer Duitse auto's hun voorsprong verliezen, wanneer Nederlandse chemie de boot mist, wanneer Franse industrie inkrimpt — dán wijzen wij naar diezelfde ondernemers en zeggen: zij hebben het niet goed gedaan.
Eerst plukken. Dan beperken. Dan oordelen.
Dat is de cirkel waarin Europa zichzelf op dit moment vernietigt. En wij, de meerderheid, zijn de uitvoerders.
Wat een loon werkelijk is
Begin bij het eenvoudigste. Een loon is geen gift. Een loon is wat iemand verdient met wat hij in een uur, in een week, in een jaar maakt.
Een loodgieter die acht uur werkt, produceert acht uur aan waarde. Daarvoor krijgt hij een loon dat in verhouding staat tot die waarde. Wil hij meer hebben, dan moet hij meer uren maken, beter werk leveren, vaardiger worden, een eigen zaak beginnen. Dat is geen onrechtvaardigheid. Dat is hoe het hoort.
Wat in Europa is gebeurd, is iets anders. Wij hebben besloten dat de loodgieter, naast zijn loon, ook recht heeft op zorg op het hoogste niveau, op pensioen dat dertig jaar dekking biedt, op vakantie van zes weken, op werkloosheidsbescherming van twee jaar, op kinderopvangsubsidie, op huurtoeslag, op zorgtoeslag, op studievoorschot voor zijn kinderen, op uitkering wanneer hij dat wil. Alles bij elkaar opgeteld kost dat veel meer dan zijn arbeid waard is.
Het verschil moet ergens vandaan komen. Wij hebben besloten dat het ergens vandaan komt: bij de mensen die wél een overschot produceren. De ondernemer. De uitvinder. Het familiebedrijf in de derde generatie. Hun overschot — de winst die overblijft nadat zij iedereen hebben uitbetaald — wordt afgeroomd en uitgedeeld aan wie het zelf niet heeft gemaakt.
Dit noemen wij solidariteit. Wij noemen het ook herverdeling. Wij noemen het rechtvaardigheid. Maar de eerlijke naam is een andere. Wij leven boven onze stand op kosten van een ander. Dat is alles wat het is.
Wat een winst werkelijk is
Nu de andere kant. Wat is een winst?
Een winst is wat overblijft nadat een ondernemer zijn werknemers heeft betaald, zijn grondstoffen heeft betaald, zijn machines heeft afgeschreven, zijn belasting heeft afgedragen, zijn risico heeft gedragen. Het is het laatste wat hij krijgt, niet het eerste.
Die winst heeft een doel. Geen luxe. Geen jacht of villa. Het werkelijke doel is dit: zijn fabriek vernieuwen voordat de Chinese fabrikant hem inhaalt. Zijn onderzoek financieren voordat de Amerikaanse concurrent hem voorbijschiet. Zijn personeel opleiden voordat zij elders meer waard zijn dan bij hem. Zijn nalatenschap inrichten zodat de derde generatie de fabriek kan voortzetten.
Dat is geen privilege. Dat is plicht. Een ondernemer die zijn winst niet inzet om bij te blijven, gaat ten onder. En wanneer hij ten onder gaat, gaan zijn vijfhonderd werknemers met hem mee. Gaat zijn leverancier met hem mee. Gaat zijn klant op zoek naar een Aziatische vervanger. Gaat een stukje van Europa verloren.
Wat wij hebben gedaan, is die winst afromen voor consumptie aan de onderkant. Wij hebben de bron van toekomstige welvaart — investering in productie, modernisering, onderzoek — opgeofferd voor onmiddellijke uitgaven aan dingen die niets opbouwen. Een uitkering bouwt niets. Een pensioen bouwt niets. Een subsidie aan een sector die zonder die subsidie niet zou bestaan, bouwt niets. Het wordt geconsumeerd en het is weg.
Dat geld had moeten worden gebruikt om Europese fabrieken te moderniseren, Europese onderzoekers vooraan te houden, Europese industrie weerbaar te maken tegen wat van buiten komt. Wij hebben het opgemaakt.
De cirkel begint
Zo werkt de cirkel.
Stap één — wij plukken. Hogere vennootschapsbelasting. Hogere vermogensbelasting. Box 3 \"werkelijk rendement\". Exit-heffingen die je tot in de dood achtervolgen. Brusselse coördinatie zodat er nergens meer een uitweg is. Wij hebben dit allemaal gestemd, telkens met meerderheid, in elk land.
Stap twee — hij kan niet meer wat hij zou moeten kunnen. De Duitse Mittelständler die zijn fabriek had willen ombouwen naar elektrisch, heeft het geld er niet meer voor — hij heeft het aan de fiscus betaald. De Nederlandse chemicus die had willen investeren in nieuwe processen, kan het zich niet permitteren — zijn winst is afgeroomd voor de algemene middelen. De Italiaanse familiefirma die de vierde generatie had willen voorbereiden, gaat in plaats daarvan aan de Chinese koper omdat de overdrachtsbelasting de successie onmogelijk maakt. Zijn productie blijft achter bij de wereld, niet omdat hij minder kan, maar omdat hij minder mag houden.
Stap drie — wij oordelen. En dán, wanneer de Duitse auto-industrie haar voorsprong verliest, wanneer de Nederlandse chemie inkrimpt, wanneer de Italiaanse mode-industrie verkoopt aan Aziatische conglomeraten, dán openen de Europese kranten met hetzelfde verhaal: \"Onze industrie heeft de transitie gemist.\" \"Onze ondernemers hebben niet genoeg geïnvesteerd.\" \"De Duitse Mittelstand is ingedut.\" \"Europa heeft de boot gemist.\" Alsof het de ondernemers waren die hebben gefaald — en niet de meerderheid die hen het geld heeft afgenomen waarmee zij hadden kunnen slagen.
De wreedste leugen is deze: wij verwijten hen wat wij hen onmogelijk hebben gemaakt te doen. Wij snijden hun benen af en verwijten hen dat zij niet meer kunnen lopen.
Wie deze cirkel uitvoert
Hier komen wij bij het ongemakkelijke punt. Wie zit er in deze cirkel?
De makkelijke uitvlucht is om naar de politici te wijzen. Of naar Brussel. Of naar Zucman en zijn academische volgelingen die de Europese vermogensbelasting hebben ontworpen. Maar dat is bedrog.
Politici worden gekozen door kiezers. De kiezers wonen niet in Brussel. Zij wonen in Maastricht, Groningen, Den Bosch. In Hamburg, Bremen, Stuttgart. In Lyon, Marseille, Lille. Zij hebben de partijen gekozen die deze wetten hebben ingediend. Zij hebben de regeringen herkozen die deze wetten hebben uitgevoerd. Zij hebben elke verkiezing opnieuw de kant gekozen die zegt: laat de rijken meer betalen, laat de fabriek meer afdragen, laat het familiebedrijf zijn deel doen.
Wij zijn dat. U die dit leest. Ik die dit schrijf. Onze buren. Onze ouders die voor de PvdA stemmen omdat zij hun pensioen verdedigd willen zien. Onze tantes die voor Bündnis 90 stemmen omdat \"de rijken meer kunnen bijdragen\". Onze ooms die voor La France Insoumise stemmen omdat \"het systeem oneerlijk is\". Wij. Niet zij. Wij.
En wanneer onze ondernemende neef zijn fabriek verkoopt aan een Indiase koper omdat hij geen overdrachtsbelasting kan opbrengen, dan zeggen wij dat hij \"niet ondernemend genoeg\" was. Wanneer de Duitse buurman van onze schoonzus zijn machinefabriek sluit omdat hij zijn modernisering niet meer kan financieren, dan zeggen wij dat \"het Duitse model is verouderd\". Wij zien de cirkel niet, omdat wij erin zitten en hem niet willen zien.
Wat een ondernemer werkelijk doet
Misschien is dit het onderdeel dat wij het meest zijn vergeten. Wat doet een ondernemer eigenlijk?
Hij staat 's morgens vroeger op dan zijn werknemers. Hij ligt 's nachts wakker over de orders die niet zijn binnengekomen. Hij betaalt zijn personeel voordat hij zichzelf betaalt — in slechte jaren betaalt hij zijn personeel terwijl hij zichzelf niet betaalt. Hij draagt het risico dat de markt verschuift, dat de grondstof duurder wordt, dat een grote klant wegloopt. Hij is degene die wordt aangesproken wanneer iemand zich aan zijn machine bezeert. Hij is degene die in de bank zit wanneer een lening wordt opgezegd. Hij is degene die getuigt voor de rechter wanneer iets misgaat. Hij is degene die zijn huis verpandt om de payroll van volgende maand te garanderen.
En hij is degene die — wanneer het lukt, wanneer de fabriek loopt, wanneer de uitvinding wordt gepatenteerd, wanneer de export op gang komt, wanneer hij eindelijk iets opbouwt voor zijn kinderen — hoort van zijn buren dat hij \"profiteert van het systeem\". Dat zijn winst \"oneerlijk hoog\" is. Dat zijn vermogen \"meer naar de gemeenschap moet\". Dat zijn nalatenschap \"verspreid moet worden\".
Dit is geen melodrama. Dit is wat iedere ondernemer in Europa op dit moment ervaart. Het is de reden dat de zoon van de bakker liever ambtenaar wordt. Dat de dochter van de elektriciën liever consultant wordt. Dat de kleinzoon van de fabrikant liever activist wordt. Onze hele cultuur leert onze jongeren dat ondernemen onfatsoenlijk is, dat winst maken iets schaamtelijks is, dat bouwen verdacht is. Dan kunnen wij over tien jaar moeilijk klagen dat niemand meer bouwt.
Het Zuid-Afrikaanse spiegelbeeld
Wij hoeven niet te speculeren waar dit pad heen leidt. Wij kunnen het lezen in de cijfers van Zuid-Afrika, juni 2026.
Werkloosheid: 32,7 procent. Breed gemeten, inclusief mensen die hebben opgegeven werk te zoeken: 43,7 procent. Bijna één op de twee economisch actieve Zuid-Afrikanen heeft geen baan. De jeugdwerkloosheid is 60,9 procent — zes op de tien jongeren die willen werken, vindt geen werk.
De elektriciteitsproductie is in 2026 al zes kwartalen op rij gedaald. Een land met goud onder de grond kan zijn eigen lichten niet meer aan houden. De industriële productie is voor het zesde achtereenvolgende kwartaal gekrompen in de zware industrie. De technische talenten vertrekken bij duizenden — AI-specialisten, cyberspecialisten, artsen, ingenieurs. Volgens schattingen heeft de Zuid-Afrikaanse tech-sector een talent-uittocht die de nationale veiligheid bedreigt.
Hoe is het zo gekomen? Door precies hetzelfde patroon dat wij in Europa volgen. Zuid-Afrika besloot in de jaren negentig dat zijn productieve klasse — boeren, ingenieurs, fabrikanten — moest betalen voor het herstel van historische ongelijkheid. De morele rechtvaardiging klonk overtuigend. De praktische uitvoering was plundering. Belasting op landbouw. Quota op werknemers. Onteigening van grond. Een politiek klimaat waarin de boer en de fabrikant tot vijand van de natie werden verklaard.
Het resultaat na dertig jaar: een land waar het brood duurder is, de stroom uitvalt, de jeugd vertrekt, en de mensen die zijn achtergebleven marcheren door de straten met het verwijt dat \"zij ons dit hebben aangedaan\". Maar zij wijzen niet naar de plundering. Zij wijzen naar de migrant uit Zimbabwe, naar de Mozambikaanse marktverkoper, naar de buurman. Naar wie nog wél iets heeft.
Dit is wat ons te wachten staat. Niet morgen. Maar in 2040, in 2045. Een Europa waarin de welvaart die wij hebben geërfd, langzaam is uitgewoond. Waar onze fabrieken zijn gesloten omdat zij niet meer konden moderniseren. Waar onze pensioenen worden gekort omdat de productieve basis is verdampt. Waar onze jongeren naar Texas en Singapore vertrekken. Waar onze ouderen marcheren met dezelfde leuzes als de Zuid-Afrikanen vandaag: \"laat hen die zijn vertrokken terugkeren met wat zij hebben meegenomen\".
Zij zullen niet terugkeren. En wat zij hebben meegenomen — hun kennis, hun risicobereidheid, hun capaciteit om iets te bouwen — komt niet terug.
Wat dit voor u betekent
U die dit leest, denkt misschien: dit gaat over miljonairs. Dit gaat niet over mij.
Het gaat over u. Want u bent degene die straks lijdt, niet de miljonair.
De miljonair die op dit moment uit Frankrijk vertrekt, koopt een huis in Italië of Zwitserland en leeft daar comfortabel verder. Zijn kapitaal is verspreid over drie jurisdicties. Zijn intellectueel eigendom staat in een Singaporese holding. Zijn kinderen studeren in Amerika. Hij heeft zich aangepast aan onze plundering. Zijn leven gaat door.
U niet. U die uw leven heeft gekoppeld aan een Nederlands of Duits of Frans pensioen. Aan een welvaartsstaat die u heeft beloofd dat u verzorgd zou worden. Aan een AOW die in 2040 hetzelfde zou betekenen als nu. U bent degene die de rekening krijgt wanneer de productieve basis is verdampt en de schatkist leeg is.
Wij hebben in onze meerderheid gekozen voor de zekerheid van de staat boven de zekerheid van eigen werk. De ondernemer heeft het omgekeerde gedaan. Hij heeft zich verbonden aan de markt, die hard kan zijn, maar die hij begrijpt. Wij hebben ons verbonden aan beloften, die zacht klinken, maar die op enig moment niet gehouden kunnen worden. De ondernemer overleeft wat komt. Wij niet.
En wanneer dat moment komt — niet eens zo ver weg, vermoedelijk tussen 2030 en 2040 — zullen wij niet zeggen: \"wij hebben dit zelf gekozen\". Wij zullen zeggen: \"zij hebben ons dit aangedaan\". Wij zullen marcheren door dezelfde straten als de Zuid-Afrikanen vandaag, met dezelfde leuzes, op zoek naar dezelfde zondebokken. De vertrokken ondernemer. De buitenlandse arbeider. De jonge Duitser die naar Dubai is verhuisd. Iedereen behalve onszelf.
Vier principes uit een gezonde samenleving
Dit is geen artikel met oplossingen. Wie oplossingen wil, leest een ander stuk. Dit is een diagnose. Maar één principe moet hier toch worden uitgesproken, want zonder principe is een diagnose betekenisloos.
Wie meer wil hebben, moet meer werken. Niet ingewikkelder dan dat. Wie aan de onderkant of in het midden van een samenleving leeft, en meer welvaart wenst dan zijn arbeid voortbrengt, heeft één eerlijke weg: harder werken, langer werken, beter werken, vaardiger worden, of zelf gaan ondernemen. Geen andere weg is rechtvaardig.
Wie winst maakt, moet die mogen herinvesteren. De winst van een productieve onderneming is geen overschot dat naar de algemene middelen kan. Zij is het zaad voor de volgende generatie investering. Modernisering. Onderzoek. Expansie. Verdediging tegen externe concurrentie. Wie dat zaad afroomt, eet vandaag wat morgen had moeten groeien.
Wie niet kan werken, krijgt sobere bijstand. Voor wie werkelijk niet kan — door ziekte, ouderdom na een leven van inzet, beperking — bestaat een redelijke zorg. Maar sober. Voldoende voor menswaardig bestaan, niet voor comfort. Gefinancierd uit de gemeenschap als geheel, niet uit eenzijdige plundering van wie nog wel kan.
Wie zelf de ondernemer afknijpt, mag hem niet daarna beoordelen. Dit is misschien wel het belangrijkste. Wie heeft gestemd voor de wetten die de ondernemer zijn middelen ontnemen, mag niet vervolgens met opgeheven vinger zeggen dat de ondernemer \"niet genoeg heeft geïnvesteerd\". Wie heeft besloten dat de fabrikant zijn winst moet afdragen, mag niet daarna klagen dat de fabriek is verouderd. Dat is de wreedste vorm van onrecht die in een democratie mogelijk is: de aanklacht omgekeerd, het slachtoffer als schuldige.
Slot
Dit is een verkeerd opgezette samenleving. Wij hebben de financiering van wat wij willen, gelegd bij wie ons de ruimte geeft om iets te willen. Wij hebben de mensen die voor ons werken behandeld als onuitputtelijke bron. En wij hebben hen daarna beoordeeld over de uitputting die wij hebben veroorzaakt.
Dit kan niet eindeloos doorgaan. Het eindigt zoals het in Zuid-Afrika eindigt: in een verarmd, vergrijsd, gepolariseerd land waar de mensen die zijn achtergebleven, marcheren op zoek naar zondebokken. Waar het brood duurder wordt, de stroom uitvalt, de jeugd vertrekt en de ouderen elkaar de schuld geven.
Wanneer dat moment in Europa aanbreekt — en het komt, want de wiskunde laat geen andere uitkomst toe — zullen wij ons herinneren dat wij elke kans hadden om het anders te doen. Wij hebben telkens anders gekozen.
En wanneer onze fabrieken leeg staan, zullen wij niet zeggen dat wij hen leeg hebben gemaakt. Wij zullen zeggen dat onze ondernemers hen niet hebben kunnen redden.
Dat is wat wij doen. Eerst plukken. Dan beperken. Dan oordelen. En dan, wanneer alles voorbij is, klagen dat een ander schuldig is.
Lees in de vier delen die volgen hoe deze cirkel werkt. Welke cijfers haar onderbouwen. Welke mechanismen haar uitvoeren. Welke afloop ons wacht. Welke politieke krachten haar dragen. Maar onthoud bij elke regel die u leest: dit is geen wat-anderen-doen-verhaal. Dit is een spiegel. Wij doen dit. Niemand anders.
DEEL I VAN VIER

Jacobus van Merksteijn
Hoofdredacteur van Het Open Vizier. Ondernemer, ontwikkelaar van industriële en governance-innovaties (Carbon-Alert Ltd, TerraClean Ltd, GuardSkin Ltd). Schrijft over economische, ecologische en politieke systeemvraagstukken vanuit ervaring met de Brusselse en Haagse besluitvormingsmachine.