Wij moeten weer zelf aan de bak
Een manifest over industriële ruggengraat, productieve kracht en het einde van vrijblijvendheid
Jacobus van Merksteijn · Malta, juni 2026
Nederland en Europa leven al te lang in de illusie dat welvaart, veiligheid en strategische autonomie kunnen bestaan zonder inspanning, zonder risico en zonder eigen productieve kracht. Dat tijdperk is voorbij. Wie nu nog denkt dat een samenleving overeind blijft door vooral te reguleren, te importeren, te subsidiëren en elkaar moreel te kalmeren, heeft niet begrepen hoe beschaving wordt opgebouwd.
De werkelijkheid is eenvoudiger en harder. Een land dat zijn industrie verwaarloost, zijn arbeidsethos verzwakt, zijn risicovermogen onderdrukt en zijn afhankelijkheid van anderen normaliseert, verliest vroeg of laat zijn ruggengraat. Eerst economisch, dan sociaal, uiteindelijk ook politiek. Zo'n samenleving glijdt niet in één klap weg, maar zakt langzaam door het ijs — totdat men ontdekt dat de bodem al verdwenen is.
Alle systemen volgen dezelfde wet
Of het nu gaat om energie, straling, industrie, opvoeding, verkeer of geopolitieke afhankelijkheid: overal geldt dezelfde basisregel. Een systeem dat nooit meer wordt belast, nooit meer weerstand opbouwt en nooit meer zelf produceert, wordt zwak. Een lichaam zonder prikkels verliest afweer. Een economie zonder eigen industrie verliest weerbaarheid. Een samenleving die elk risico vooraf wil uitsluiten, verliest haar vermogen om vooruitgang te dragen.
Dat is precies waar Nederland en een groot deel van Europa nu staan. Alles is in de afgelopen decennia gericht op het vermijden van frictie. Werk moest lichter. Productie mocht weg. Fysiek risico moest verdwijnen. Strategische afhankelijkheid werd verkocht als “efficiëntie”. Goedkope import werd voor slim beleid aangezien. Veiligheid werd verward met comfort. En ondertussen werden de fundamenten van een volwassen economie stukje bij beetje afgebroken.
De prijs van uitbestede kracht
Door jarenlange uitbesteding en importverslaving is het industriële immuunsysteem van Europa verzwakt. China groeide uit tot fabriek van de wereld, terwijl Europa zich steeds meer opstelde als afnemer, regelgever en eindgebruiker. Dat leverde op korte termijn goedkopere producten en hogere marges op, maar op lange termijn ging het ten koste van kennis, maakcapaciteit, vakmanschap en strategische zelfstandigheid.
Dat effect is nu zichtbaar in kritieke ketens: grondstoffen, batterijen, zonnepanelen, farmaceutische componenten, elektronica en delen van de machinebouw. In meerdere sectoren is niet alleen productie verdwenen, maar ook het industriële geheugen: de mensen, routines, gereedschappen en mentaliteit die nodig zijn om op eigen bodem weer op te schalen. De conclusie is hard maar onvermijdelijk: wat verwaarloosd is, komt niet zonder kleerscheuren terug.
Meer arbeid, meer productiviteit, meer ruggengraat
De heropbouw van economische zelfstandigheid zal niet uit de lucht vallen. Zij vraagt meer werk, meer discipline en meer productieve inzet van de bevolking. Wie denkt dat alles nog kan worden opgelost met subsidies, spreadsheets en een extra technologieprogramma, miskent het echte tekort: te weinig mensen die daadwerkelijk bouwen, maken, repareren, onderhouden en organiseren.
Machines en robots hebben hun plaats, maar zij zijn geen wondermiddel. In veel sectoren zijn zij duur, complex, energie-intensief en afhankelijk van kapitaal, software en ketens die zelf weer geopolitiek kwetsbaar zijn. De makkelijke automatiseringswinsten zijn al voor een groot deel genomen. Wat overblijft, is de oude waarheid die eerdere generaties nog kenden: een samenleving wordt sterk wanneer haar mensen sterk, vaardig, bereid en productief zijn.
Dat betekent concreet dat de hoeveelheid serieuze werkuren omhoog zal moeten, dat vakmanschap opnieuw status moet krijgen en dat productiviteit niet langer alleen als technisch vraagstuk wordt behandeld, maar ook als morele en culturele kwestie. De generatie van ouders en grootouders heeft niet gewacht op perfecte omstandigheden; zij hebben met beperkte middelen, hard werk en een hoge tolerantie voor ongemak de basis gelegd waarop latere generaties konden voortbouwen. Wie welvaart wil behouden, zal die houding opnieuw moeten leren.
Zonder risico geen voorspoed
Een samenleving die elk lichamelijk, technisch of economisch risico vooraf wil neutraliseren, snijdt haar eigen toekomst af. Dat geldt in industrie, energie, mobiliteit en ondernemerschap. Er bestaat geen pad naar voorspoed zonder belasting, gevaar, verantwoordelijkheid en de mogelijkheid van mislukking.
Dat betekent niet dat roekeloosheid de norm moet worden. Het betekent wel dat er een fundamenteel verschil is tussen verstandig beschermen en verlammend overbeschermen. Wanneer elk project wordt vastgezet in regels, elk fysiek beroep in wantrouwen, elke industriële investering in juridische mist en elke technologische stap in angst, dan wordt voorspoed niet beschermd maar vooraf in de afvalbak gegooid.
Dat is wat er nu te vaak gebeurt. Nederland poldert niet meer om kracht te bundelen, maar om kracht onschadelijk te maken. Alles wordt afgevlakt, afgeremd, uitgeruild en uitgesteld totdat van de oorspronkelijke ambitie niets meer over is. Het gevolg is niet harmonie, maar stilstand.
Energie, industrie en volwassen verantwoordelijkheid
Precies daarom verdient ook het energiedebat een volwassen toon. Moderne samenlevingen leven niet zonder risico. Niet met fossiele brandstoffen, niet met kernenergie, niet met internationale handel, niet met infrastructuur en niet met medische technologie. De vraag is dus niet hoe alle risico's verdwijnen, maar hoe een samenleving risico's rangschikt, concentreert, beheerst en draagt.
Kernenergie past in dat volwassen kader. Niet als sprookje zonder gevaar, maar als technologie met een hoge energiedichtheid, beperkte afvalvolumes en een reststroom die in principe geconcentreerd en beheersbaar blijft. Dat is fundamenteel iets anders dan een fossiel model waarin schade diffuus wordt verspreid via lucht, klimaat en geopolitieke afhankelijkheid.
Ook hier geldt dus dezelfde les als in de industrie: niet alles afwijzen omdat het risico draagt, maar kiezen voor systemen die beheersbare risico's combineren met structurele kracht. Een beschaving kan alleen vooruit als zij accepteert dat volwassenheid niet betekent dat gevaar verdwijnt, maar dat men leert het te dragen.
Wat nu moet gebeuren
De koerswijziging moet helder en hard zijn:
- Eigen industrie opnieuw opbouwen in sectoren die strategisch, energetisch en maatschappelijk essentieel zijn.
- Arbeid opnieuw waarderen, niet alleen als recht maar ook als plicht en bron van beschavingskracht.
- Fysiek en technisch vakmanschap weer status geven in onderwijs, beleid en cultuur.
- Risico's eerlijk benoemen, maar niet langer gebruiken als excuus om niets meer te ondernemen.
- Afhankelijkheden van externe machten systematisch terugdringen waar zij vitale functies raken.
- De bestuurlijke reflex van eindeloos afwegen en afremmen vervangen door richting, discipline en uitvoering.
Slot
De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Nederland en Europa kunnen kiezen: ofwel opnieuw zelf basis opbouwen, productieve kracht herstellen en accepteren dat voorspoed altijd gepaard gaat met inspanning en risico; ofwel doorgaan met polderen, afschermen, uitbesteden en moreel sussen totdat het systeem van binnenuit leegloopt.
Wie de eerste weg kiest, kiest voor ongemak, discipline en herstel. Wie de tweede kiest, kiest voor verval — langzaam, netjes, gereguleerd en uiteindelijk onomkeerbaar.
Er zit niets anders op. Wij moeten weer zelf aan de bak. Niet later. Nu.

Jacobus van Merksteijn
Hoofdredacteur van Het Open Vizier. Ondernemer, ontwikkelaar van industriële en governance-innovaties (Carbon-Alert Ltd, TerraClean Ltd, GuardSkin Ltd). Schrijft over economische, ecologische en politieke systeemvraagstukken vanuit ervaring met de Brusselse en Haagse besluitvormingsmachine.