Taal · Nederlands
Wat opkomt

Het Open Vizier

Een krant over denken zonder oogkleppen

Sepia-gravure: een donkere Nederlandse haven met gedoofde schoorstenen, een stille molen en een gestreken driekleur; op de andere oever een gouden Duitse industriehorizont met dampende schoorstenen bij zonsopgang.

Malta, 3 juli 2026 · Analyse · Casus Belastingbeleid

Moet Nederland ook volgen — laten wij onze industrie zakken?

Duitsland ontlast €10 miljard per jaar, versoepelt de arbeidsmarkt en snijdt de bureaucratie. Nederland doet het omgekeerde. De matrix rekent voor wie de rekening betaalt.

Jacobus van Merksteijn

Op dezelfde bladzijde waar de Neue Zürcher Zeitung vanochtend het recordvertrek van miljonairs beschrijft, staat het antwoord dat een westers kabinet wel geeft. Kanselier Friedrich Merz meldde donderdagochtend in Berlijn dat het CDU/CSU-SPD-kabinet zich heeft geakkoordeerd op een pakket dat op vrijwel alle assen die de Stemgedrag-matrix als «drukfactoren» identificeert de druk verlaagt. Belasting omlaag. Bureaucratie omlaag. Arbeidsmarkt-flexibiliteit omhoog. Woningbouw-obstakels omlaag. «Heute ist ein guter Tag», zei Merz. En dat is, gemeten aan de rekenregels, gewoon waar.

Het pakket zoals dat in Berlijn op tafel ligt:

€10 mrd
Jaarlijkse belastingverlaging op inkomen voor onder- en middengroepen; tot €600 per gemiddeld huishouden.
1-1-2027
Ingang van de nieuwe inkomstenbelasting-hervorming zoals in het coalitieakkoord vastgelegd.
6× ipv 3×
Aantal keren dat tijdelijke arbeidscontracten mogen worden verlengd — tot eind 2030.
33
Voorstellen uit de Rentenkommission die het kabinet in wetgeving vertaalt vóór jaareinde.
4 mnd
Genehmigungsfiktion: geen antwoord van de overheid = automatisch goedgekeurd.
45 → 47%
Reichensteuer stijgt bij inkomen boven €280.000; onder €250.000 wordt het lager, niet hoger.

Waarom is dit voor Nederland relevant? Omdat het pakket precies datgene doet wat Nederland de laatste kabinetten niet heeft gedaan. Duitsland verlaagt op de as die de Stemgedrag-matrix «fiscale voorspelbaarheid» noemt. Nederland verhoogt daar juist — via Box 3-herzieningen, dividendbelastings-slingers, en een aanhoudende discussie over vermogenswinst. Duitsland versoepelt op de as «arbeidsmarkt-elasticiteit». Nederland verstrakt daar via de Wet DBA en het inperken van zelfstandigheid. Duitsland snijdt bureaucratie met de Beweislastumkehr: als de overheid niet binnen vier maanden reageert, is de vergunning verleend. Nederland zit gemiddeld boven de zes maanden en heeft geen omgekeerde bewijslast. Duitsland maakt bouwen makkelijker door de Vergesellschaftung van bouwondernemingen wettelijk onmogelijk te maken. Nederland doet met stikstofrechten en netcongestie het omgekeerde.

De matrix laat zich niet vermurwen

Wie de Stemgedrag-matrix ook maar één keer serieus doorrekent voor de Duitse en de Nederlandse casus, ziet dezelfde formule twee kanten op werken. Partij × Persoon × Basislijn = Projectie. Duitsland verlaagt in het model op alle drie de assen tegelijk: partij-as (redistribuerende druk gaat omlaag door de belastingverlaging), persoons-as (arbeidsmarkt-flexibiliteit maakt meer sectoren mobiel binnen het eigen land — je hoeft er niet uit), basislijn-as (bureaucratie-verlichting drukt de kostenrekening van elke ondernemer omlaag). Het product wordt kleiner. De uitkomst wordt milder. De vertrekken vertragen.

Nederland verhoogt in dezelfde formule op elk van die drie assen. Box 3 laadt op. Zelfstandigheid loopt terug. Vergunningstermijnen lopen op. Het product wordt groter. De uitkomst wordt steiler. De vertrekken versnellen — met een vertraging van twee tot vier jaar op Duitsland, maar de curve staat vast.

Wie Duitsland ziet ontlasten en Nederland ziet verhogen, kijkt niet naar twee verschillende landen. Hij kijkt naar dezelfde matrix, twee tegengestelde inputs. En de matrix rekent niet emotioneel; ze rekent alleen.

Wat Nederland minstens zou kunnen kopiëren

Kopiëren is een lelijk woord in politiek Den Haag, maar de Duitse hervorming heeft drie elementen die zonder ideologische pijn overneembaar zijn — omdat ze geen linker- en geen rechterhandtekening dragen, maar simpelweg gerichte pijngrensverlagingen zijn.

Eén. De Genehmigungsfiktion voor niet-veiligheidskritische vergunningen: als de overheid niet binnen een vaste termijn reageert, is de vergunning verleend. Dit dwingt geen enkele ambtelijke beleidskeuze; het dwingt alleen tijdigheid. Voor Nederland betekent het einde van de bouwvergunning die na acht maanden nog steeds «in behandeling» is en van de netaansluiting die pas na twee jaar wordt aangeboden.

Twee. De Beweislastumkehr voor overheidsrapportageverplichtingen: elke rapportage die de overheid van bedrijven vraagt, moet door de overheid worden onderbouwd — niet automatisch verondersteld. In Nederland is de administratieve lastendruk voor MKB de afgelopen tien jaar significant gestegen omdat elke nieuwe wet als vanzelfsprekend een rapportagestroom oplevert. De omgekeerde bewijslast dwingt de wetgever tot ontnuchtering.

Drie. De flexibilisering van tijdelijke arbeidscontracten: van driemaal verlengen naar zesmaal verlengen. Dit hoeft geen betoog voor Nederland — het is precies het instrument dat de arbeidsmarkt na de Wet Werk en Zekerheid heeft verloren, en dat vooral start-ups, seizoensbedrijven en zorginstellingen kwelt. Herinvoeren betekent geen deregulering; het betekent teruggeven wat er was.

Deze drie samen zijn onder de €10 miljard/jaar die Duitsland aan echte belastingverlaging inzet, structureel te realiseren. Ze verlagen geen belasting, ze verlagen alleen frictie. Maar in de matrix telt frictie zwaarder dan tarief.

De keuze die niemand hardop maakt

Wat gebeurt er als Nederland niet volgt? De matrix rekent het door. De basislijn-as blijft stijgen (netcongestie, stikstof, box 3-onzekerheid, arbeidsmarktverkramping); de persoons-as blijft dun (weinig mobiel omdat de ondernemer aan lokale klanten vastzit — tot het punt waarop hij dat niet meer wil); de partij-as beweegt na 2028 waarschijnlijk verder in de richting van herverdeling. Duitsland verlicht ondertussen op alle drie. Het gevolg is geen dramatische exodus, maar iets ergers: een gestage verdunning van het productieve middensegment dat wél kan kiezen. De ondernemer die twee vestigingen heeft, verplaatst zwaartepunt. Het ingenieursbedrijf dat in Emden opent in plaats van in Delfzijl. De aandeelhouder die zijn holding naar Frankfurt schuift.

Elk voor zich klein. Bij elkaar opgeteld: onze industrie zakt. Niet luidruchtig, niet als een schandaal, maar zoals de haven op de gravure hierboven zakt — donker, gedoofd, met stille schoorstenen, terwijl aan de overkant het licht opkomt.

De vraag in de kop is geen retorische. Ze is een rekening. Als Nederland niet volgt op minstens één van de drie assen die Duitsland vandaag ontlast, dan volgt de curve die de matrix twee jaar geleden al aangaf. Wie dat niet wil, moet één as kiezen en daar serieus op ontladen. Anders is Merz's guter Tag ons slechte jaar.

Bronnen. Oliver Maksan, «Deutsche Koalition einigt sich auf Steuerentlastungen», Neue Zürcher Zeitung, Wirtschaft, 3 juli 2026, p. 19. Persconferentie bondskanselarij Berlijn, 2 juli 2026 (verklaring Merz). Coalitieakkoord CDU/CSU-SPD, hoofdstukken Steuer, Arbeitsmarkt, Bürokratieabbau, Wohnungsbau. Voor de matrix-methode zie Stemgedrag; voor de bredere Europese context zie De matrix van de uittocht.
← Terug naar Wat opkomt