★ De Grote Plundering · Deel III
III
Afloop
Waarom de plunderaars zwaarder zullen lijden dan de geplunderden
Jacobus van Merksteijn · Malta, juni 2026
Plunderingen eindigen niet met inzicht. Zij eindigen met uitputting. En wanneer zij eindigen, lijden de plunderaars meer dan de geplunderden.
Wie hoopt op een verstandig politiek besluit dat onze richting omdraait voordat de schade definitief is, kent zijn geschiedenis niet. Hervorming komt altijd ná de crash. Nooit ervoor. En tegen die tijd is wat hervormd had kunnen worden, allang verdwenen.
De vier fasen, en waar wij staan
De Amerikaans-Russische historicus Peter Turchin heeft de wetmatigheden van plunderingscycli beschreven, van het Romeinse Rijk tot het Frankrijk van 1789. Vier fasen.
Fase 1 — Expansie. Europa, 1950 tot 1980. Wij bouwden. De productieve klasse was talrijk. Kapitaal stroomde. Lonen stegen. Iedereen won. Onze ouders en grootouders maakten dit mee — en zij waren er trots op.
Fase 2 — Stagnatie. Europa, 1980 tot 2008. De groei vlakte af. De productieve klasse kromp relatief. De claimende klassen — ambtenarij, gepensioneerden, uitkeringsgerechtigden — groeiden. Wij merkten het niet, want er werd geleend om het verschil te maskeren. Onze schulden groeiden, maar dat was \"tijdelijk\".
Fase 3 — Crisis. Europa, 2008 tot nu. De rekening kwam zichtbaar. Wij probeerden het tekort te overbruggen door de productieve klasse zwaarder te belasten. Zij begon te reageren met vertrek, ontwijking of stilte. De staatsinkomsten begonnen te haperen. Onze politieke polarisatie nam toe. Hier zitten wij nu.
Fase 4 — Schok. Komt. Wanneer weet niemand precies. Vijf jaar, misschien tien, misschien vijftien. Een externe of interne gebeurtenis — oorlog, financiële crisis, pandemie, valuta-instorting, pensioencrash — zal het systeem breken. Pas dan begint hervorming, en pas dan zien wij wat wij hebben gedaan.
Wij zitten in fase 3, in de tweede helft ervan. De ontkenning werkt nog. De fiscale verzwaring loopt door. De uittocht versnelt. De staatsinkomsten haperen. De polarisatie is acuut. Wat ontbreekt, is de schok. Die komt.
Waarom wij niet vóór de schok zullen hervormen
Drie redenen, en zij zijn structureel onontkoombaar.
Eén — wij stemmen rationeel voor onze eigen armoede. Wij die leven van pensioen, uitkering of ambtenarensalaris hebben geen reden om te stemmen voor lagere belastingen op kapitaal. Het is niet ons geld dat geplukt wordt. Het is dat van iemand anders, in een andere stad, in een ander leven.
Doe het rekensommetje. In Nederland werkt 5,2 miljoen mensen in de marktsector. Het kiezerscorps is 13 miljoen. Wie heeft de meerderheid? Niet de markt. Niet de ondernemers. De anderen. En die anderen hebben geen directe baat bij ondernemerschap dat zij niet zelf doen. Democratie zonder productieve meerderheid kan niet democratisch besluiten om weer productief te worden. De wiskunde is meedogenloos.
Twee — onze politici denken in kortere termijnen dan systemen. Een kabinet duurt vier jaar. Een verkiezingscampagne een half jaar. Een fiscale hervorming die pas over tien jaar vrucht draagt, is electorale zelfmoord.
Het is rationeel om vandaag te plukken en de rekening door te schuiven naar opvolgers. Dat is precies wat wij van hen vragen. Wij straffen elke politicus die zegt dat wij iets moeten inleveren. Wij belonen elke politicus die belooft dat anderen iets gaan inleveren. Geen wonder dat wij krijgen wat wij krijgen.
Drie — onze instituties verdedigen zichzelf. Een bureaucratie die zou krimpen bij hervorming krimpt nooit vrijwillig. Een belastingdienst die zou versimpelen versimpelt nooit. Een Europese Unie die haar bestaansrecht ontleent aan coördinatie coördineert altijd méér, nooit minder.
Het systeem optimaliseert zichzelf voor zelfbehoud, niet voor zijn opdracht. En wij voeden het met onze stem, onze belasting, onze onverschilligheid.
Wat in Zuid-Afrika al gebeurd is
Wij hoeven niet te speculeren over de afloop. Wij kunnen het lezen in de juni 2026-rapporten van Statistics South Africa.
De werkloosheid is 32,7 procent. Breed gemeten 43,7 procent. Bijna één op de twee economisch actieve Zuid-Afrikanen heeft geen werk of heeft opgegeven werk te zoeken. De jeugdwerkloosheid is 60,9 procent. Zeven van de tien jongeren die willen werken, vinden geen werk.
De elektriciteitsproductie is zes opeenvolgende kwartalen gedaald. Een land met goud onder de grond kan zijn eigen lichten niet meer aan houden. De industriële productie kromp in het eerste kwartaal van 2026 voor de zesde keer op rij in de zware industrie. Wat eens een industriële natie was, is geen industriële natie meer.
De talenten vertrekken bij duizenden tegelijk. AI-specialisten naar Australië. Artsen naar Engeland. Ingenieurs naar Canada. De Zuid-Afrikaanse tech-sector kampt met een uittocht zo ernstig dat hij de nationale veiligheid bedreigt. Wat overblijft, vecht om de schaarste.
En de mensen die zijn achtergebleven, zoeken een zondebok. Zij vinden hem in de migrant. De buitenlandse arbeider die voor lager loon werkt. De Zimbabweaanse vluchteling die nog een baan vindt. De Mozambikaanse marktverkoper die nog wel verkoopt wat verkocht moet worden. In juni 2026 marcheren tienduizenden Zuid-Afrikanen door de straten met de eis dat \"de migranten weg moeten\". Niet de rijke migranten — die zijn er nauwelijks. De arme migranten.
De volkswoede draait zich niet tegen het systeem dat hen heeft verarmd. Zij draait zich tegen de zwakste anderen in datzelfde systeem. Dat is wat plunderingsverliezers altijd doen: zij vinden iemand die nog zwakker is om te beschuldigen.
Dit is wat ons te wachten staat. Niet morgen, maar binnen vijftien jaar. De pensioenuitkering die niet komt. De ambtenarensalaris in gedevalueerde euro's. De zorgwacht die jaren wordt in plaats van maanden. De stroomstoring die geen storing meer is maar normaal. En de volkswoede die zich niet richt op het beleid dat dit heeft veroorzaakt — want wij hebben dat beleid zelf gekozen — maar op de migrant, de oude buurman, de vermogende oom, de buitenlandse student.
Dat is hoe een beschaving sterft. Niet plotseling. Niet spectaculair. Statistisch, decennium na decennium, met een groeiende afgunst tegen wie nog iets heeft. Tot er niets meer is om afgunst voor te koesteren.
Drie volkeren die hun productieven hebben uitgejaagd
Wij doen niet iets nieuws. Wij herhalen wat anderen voor ons hebben gedaan.
Het Romeinse Rijk in de derde eeuw. De Romeinse staat verhoogde belastingen op grootgrondbezitters tot zij hun bedrijven verlieten en hun bezit in de handen van plaatselijke heersers legden. De keizers reageerden met nog hogere heffingen, exit-verboden, en de bekende coloniaat-wetgeving die boeren aan hun grond bond. Het rijk werd niet hervormd; het werd opgeknipt.
De Romeinse senatoren stierven niet rijk in Rome. Zij stierven arm, in een continent dat de barbaren binnenliet omdat het zichzelf niet meer kon verdedigen. De plunderaars dienden zichzelf op aan hun eigen eindspel.
Spanje na 1580. Op het hoogtepunt van zijn macht plunderde de Spaanse staat zijn eigen producerende bourgeoisie om de oorlogen in de Nederlanden en de hofuitgaven te bekostigen. De ondernemers vluchtten naar Antwerpen, daarna Amsterdam, daarna Londen. Spanje werd binnen honderd jaar van wereldmacht tot perifere economie.
De Spaanse adel die had geprofiteerd, eindigde in haveloze paleizen. Levend op kredieten van de Nederlanders die zij hadden willen onderwerpen. De plunderaars werden de bedelaars.
Frankrijk vóór 1789. De Franse Kroon probeerde decennialang de productieve klasse extra te belasten zonder de privileges van adel en geestelijkheid aan te tasten. Toen het systeem in de Estates-General van 1789 instortte, kwam revolutie. De adel die had geweigerd te hervormen, verloor in twee jaar zijn hoofden. De geestelijkheid die had geprofiteerd, werd onteigend. Het volk dat had aangedrongen op herverdeling, eindigde tien jaar later onder Napoleon, gemobiliseerd voor oorlogen die het niet had gekozen.
Het patroon is overal hetzelfde: de plundering escaleert tot het systeem breekt. En wanneer het breekt, lijden niet de geplunderden — die zijn allang weg — maar de plunderaars. Want zij hebben hun lot gekoppeld aan een staat die niet meer kan leveren wat zij had beloofd.
Wat de schok in Europa zal zijn
Welke gebeurtenis ons systeem zal breken, valt vandaag niet precies te zeggen. Maar de kandidaten zijn niet talrijk.
Pensioencrash. De Nederlandse en Italiaanse fondsen kraken al hoorbaar. De Duitse generationele rekening klopt niet. Op enig moment — vermoedelijk binnen tien jaar — zal een groot fonds zijn uitkeringen moeten korten met twintig of dertig procent. Niet voor de armste deelnemers. Voor iedereen. De woede die dat oproept bij mensen die hun leven lang hebben ingelegd, zal niet leiden tot hervorming. Zij zal leiden tot zoeken naar zondebokken.
Valutacrisis. Een euro die wordt gedragen door krimpende productiviteit en groeiende staatsschuld is niet houdbaar. Op enig moment — vermoedelijk binnen vijf tot tien jaar — zal de Europese Centrale Bank moeten kiezen tussen inflatie en deflatie. Beide opties verarmen de gewone burger. Hyperinflatie verdampt zijn spaargeld in maanden. Deflatie verdampt zijn baan in jaren. Geen van beide opties is herstelbaar zonder de productieve klasse die wij hebben uitgejaagd.
Defensiecrisis. Een echte oorlog — Oekraïne, het Midden-Oosten, of een nieuw conflict — die de defensie-uitgaven dwingt naar niveaus waar de huidige fiscale architectuur volledig op breekt. Op enig moment zullen wij ontdekken dat wij niet meer kunnen bouwen wat wij nodig hebben om ons te verdedigen. Geen munitie, geen tanks, geen drones, geen schepen. Niet omdat wij niet willen, maar omdat de industriële basis is verdampt.
Sociale crisis. Een moment waarop een grote groep ontdekt dat de staat niet meer kan leveren wat hij heeft beloofd. Geen catastrofe — een statistische optelsom. De zorgwacht die geen wacht meer is maar nooit komt. De uitkering die niet meer dekt. De school die geen leraar meer heeft. De politie die geen agent meer stuurt. Wanneer mensen ontdekken dat de staat fictief is geworden terwijl zij wel verplicht zijn hem te financieren, ontstaat een legitimiteitscrisis die geen verkiezing kan herstellen.
Eén van deze schokken komt. Misschien meerdere tegelijk. En dán pas — niet eerder — wordt politiek mogelijk wat nu onmogelijk is. Lagere belastingen op productie. Verkleining van de staat. Bescherming in plaats van plundering van wie nog bouwt. Maar tegen die tijd is wat hervormd had kunnen worden, allang weg.
Wie werkelijk lijdt — de wreedste les
Hier komt de les die wij nu nog niet willen horen, maar die de geschiedenis honderden keren heeft bevestigd.
Wanneer de schok komt, zullen niet de ondernemers, uitvinders en patenthouders het zwaarst lijden. Zij zijn dan allang weg, of zij hebben hun structuur zo ingericht dat de plundering hen niet bereikt. Hun vermogen is verspreid over drie jurisdicties. Hun intellectueel eigendom staat in een Aziatische holding. Hun kinderen studeren in Texas of Singapore. Wij hebben hen verjaagd, en zij hebben zich aangepast.
Het zijn wij die zullen lijden. Wij die het hardste op de staat hebben vertrouwd.
De gepensioneerde in Leiden wiens AOW niet meer uitbetaald wordt op het beloofde niveau. De ambtenaar in Bremen wiens salaris in waardeloze euro's wordt uitgekeerd. De uitkeringsgerechtigde in Marseille wiens uitkering wordt gekort omdat de schatkist leeg is. De universiteitsmedewerker in Bologna wiens leerstoel wordt opgeheven. De zorgmedewerker in Madrid wiens loon wordt bevroren om de stelsel-instorting te dempen.
Wij hebben ons leven gekoppeld aan beloften van een staat die niet meer kan leveren. De ondernemer heeft zijn leven gekoppeld aan de markt, die hard kan zijn, maar die hij begrijpt. Wij hebben gekozen voor de zekerheid die geen zekerheid is gebleken. Wij krijgen wat wij hebben gekozen.
En wij zullen woedend zijn. Niet op onszelf — dat is psychologisch te zwaar. Wij zullen woedend zijn op de ondernemers die zijn vertrokken. Op de buitenlanders die nog werk hebben. Op de jonge Duitser die naar Dubai is verhuisd. Op de Nederlandse uitvinder die zijn fabriek in Singapore heeft opgezet. Op iedereen behalve onszelf.
Wij zullen marcheren door de straten met dezelfde leuzes als de Zuid-Afrikanen in juni 2026. \"Zij moeten weg.\" \"Zij hebben ons dit aangedaan.\" \"Laat hen terugkeren met wat zij hebben meegenomen.\" Maar zij zullen niet terugkeren. Want wat zij hebben meegenomen is hun kennis, hun risicobereidheid, hun capaciteit om iets te bouwen. Geen wet kan dat afdwingen. Geen staat kan dat opeisen. Wij hebben dat verloren toen wij hen behandelden als vijand in plaats van bondgenoot. En wat verloren is, komt niet terug.
Slot
Wij hebben dit gekozen. Niet één keer, niet bij vergissing, maar bij elke verkiezing opnieuw. Wij hebben de politici gekozen die de muren ontwerpen. Wij hebben de academici geprezen die ze rechtvaardigen. Wij hebben de journalisten beloond die ze normaliseren. Wij hebben de stemmen uitgebracht die ze legitimeren. Wij hebben de belasting betaald die ze financiert. En wij hebben de toekomst weggegeven die wij voor onze kinderen hadden willen behouden.
Dit is geen oorlog tussen rijk en arm. Dit is een volksbesluit, met volkse uitvoerders en volkse gevolgen. Een arm productieloos Europa, vergrijsd en afgunstig, dat zich verbaast dat het niet meer is wat het vijftig jaar geleden was. Een continent waar onze kleinkinderen niet meer zullen kunnen bouwen wat hun overgrootouders bouwden, omdat wij in twee generaties tijd de kennis, het kapitaal en de mensen hebben uitgejaagd die het mogelijk maakten.
Wij zullen leven zoals de mensen in Zuid-Afrika. Niet armer in absolute zin — onze welvaart was hoog genoeg om de val ver te laten duren. Maar relatief, vergeleken met wie nog wél bouwt, zullen wij stelselmatig achterop raken. Onze kinderen zullen migreren naar Amerika, Azië, het Midden-Oosten. Onze steden zullen verouderen. Onze fabrieken zullen leeglopen. Onze straten zullen onveiliger worden naarmate de welvaartsstaat zijn beloften niet meer kan dragen.
En wij zullen schreeuwen om meer plundering. Dat is het patroon. Een volk dat heeft geplunderd, gaat door met plunderen tot er niets meer is. Het kan niet anders, want elke andere keus zou erkennen dat de eerdere plundering een fout was. En dat is psychologisch onmogelijk.
Wij stemmen voor de kampen. Niet hardop, niet in één keer, maar bij elke verkiezing opnieuw. En wanneer wij er zitten, te oud om te werken, te zwak om te bouwen, te boos om iets anders te doen dan klagen, zullen wij ons niet herinneren dat wij elke kans hadden om het anders te doen.
Wij zullen ons herinneren dat wij het slachtoffer waren.
Dat is de afloop.
DEEL IV VAN VIER

Jacobus van Merksteijn
Hoofdredacteur van Het Open Vizier. Ondernemer, ontwikkelaar van industriële en governance-innovaties (Carbon-Alert Ltd, TerraClean Ltd, GuardSkin Ltd). Schrijft over economische, ecologische en politieke systeemvraagstukken vanuit ervaring met de Brusselse en Haagse besluitvormingsmachine.