Taal · Nederlands
Editie 2 — Donderdag 28 mei 2026

Het Open Vizier

Gratis informatieblad zonder reclameOnafhankelijk, geen mening, geen verkoop van gegevensHoud mij op de hoogte →
🎧
Onderwijs-trilogie · Deel III

Kies een kant

Wat wij wel kunnen redden, wat wij niet meer kunnen redden, en waarom u zich nu moet uitspreken.

Door Jacobus van Merksteijn · 16 min lezen · 28 mei 2026 · Editie 2

Sluitstuk van de serie over de heroprichting van het Nederlandse onderwijs

Een figuur staat op een tweesprong: een verlicht schoolhuis aan de ene kant, mistige schermen aan de andere
De volledige reeks

Een trilogie over onderwijs

Dit is het derde en afsluitende deel. De eerste twee delen verschenen onder andere titels — wie ze nog niet heeft gelezen, vindt ze hier terug.

§ 01

Het einde van de vrijblijvendheid

In mijn vorige twee stukken heb ik beschreven waarom ons onderwijs moet veranderen, en welke offers daarvoor nodig zijn. Veel lezers hebben gereageerd met instemming. Sommigen hebben aangegeven dat zij het er principieel mee eens zijn — maar. Het altijd komende maar. Maar het is moeilijk. Maar het ligt complex. Maar je kunt niet iedereen meekrijgen. Maar er zijn vele kanten aan het verhaal.

Ik wil dit derde stuk beginnen met u een onaangename mededeling te doen. Die vrijblijvendheid is voorbij. Niet omdat ik dat zeg, maar omdat de werkelijkheid het zegt. Wij staan op een punt waarop iedere lezer van dit stuk — politicus, leraar, student, ouder, ondernemer, gepensioneerde — een kant zal moeten kiezen. En wie geen kant kiest, heeft daarmee een kant gekozen: die van het verval.

Ik ga u in dit stuk drie dingen vertellen die u liever niet hoort.

I Wat wij nog kunnen redden
II Wat wij niet meer kunnen redden
III Waarom uw persoonlijke houding nu telt

Drie boodschappen die uw houding zullen ijken — en die u dwingen om aan het eind van dit stuk een keuze te maken die u dertig jaar lang heeft kunnen vermijden.

§ 02 · Bericht I

Wat wij nog kunnen redden — en het zijn de kinderen

De goede boodschap eerst.


De volgende generatie — de kinderen die nu op de basisschool zitten, de pubers die nu beginnen aan hun middelbaar — die zijn nog te redden. Onvoorwaardelijk. Volledig. Indien wij nu handelen.

Een kind van acht heeft nog tien jaar voor het de arbeidsmarkt opkomt. In die tien jaar kan ieder vakgebied opnieuw worden onderwezen, iedere denkstructuur opnieuw worden gebouwd, ieder vermogen tot worsteling opnieuw worden geoefend. Het kind hoeft daarvoor geen genie te zijn — het hoeft alleen een stelsel om zich heen te hebben dat hem dat aanleert in plaats van het bij hem weg te halen.

Wij hebben dat stelsel niet. Wij hebben een stelsel dat zijn aandacht versplintert via schermen, zijn denken uitbesteedt aan algoritmen, zijn vorming opdraagt aan instellingen die worden afgerekend op aantallen in plaats van uitkomsten, en zijn karaktervorming overlaat aan ouders die zelf nog niet hebben uitgedacht wat zij van het leven willen.

Dat stelsel kunnen wij ombouwen. Het kost geld, het kost moed, het kost politieke wil — maar het is uitvoerbaar. Ieder Aziatisch land dat de afgelopen veertig jaar serieus aan onderwijs heeft gewerkt, heeft het ook gedaan. Singapore. Zuid-Korea. Taiwan. Vietnam volgt nu. Het zijn geen mysteries, geen wonderen, geen geheimen — het zijn keuzes. Keuzes die wij niet hebben gemaakt en zij wel.

Dit is de winst die binnen ons bereik ligt. Een Nederlandse generatie van twintigers in 2040, die kan denken, kan bouwen, kan onderscheiden, kan sturen.

Met die generatie hebben wij geen probleem meer met AI, met productiviteit, met internationale concurrentie, met democratisch verval. Met die generatie zijn wij weer een land dat ertoe doet.

Maar dan moeten wij nu de bijl in de boom zetten. Niet volgend jaar. Nu. Iedere maand uitstel kost ons een lichting kinderen die met diezelfde lichting wordt geboren bij onze concurrenten, en die daar wél de juiste vorming krijgen.

§ 03 · Bericht II

Wat wij niet meer kunnen redden

En daar moeten wij eerlijk over zijn.


Nu de slechte boodschap. Er is een groep waarvoor het onderwijsspoor te laat komt: de mensen die nu tussen ruwweg de vijftien en de vijfendertig zijn.

Deze groep heeft de onderwijsafbraak van de afgelopen veertig jaar over zich heen gekregen op precies de leeftijd waarop het hun vorming moest opbouwen. Zij zijn de eerste volledig digitale generatie, zij zijn opgevoed in een cultuur die hen niets durfde te ontzeggen, en zij worden nu blootgesteld aan AI op een moment dat hun cognitieve fundament al wankel was. Ik schrijf dit niet om hen af te schrijven — ik schrijf het omdat de eerlijkheid het van mij vraagt.

Binnen die groep zit een minderheid die zichzelf gaat redden. Zij zijn ondanks het stelsel zelfsturend geworden, hebben hun nieuwsgierigheid bewaard, gebruiken AI als hefboom en niet als kruk. Zij hebben ons niet nodig. Zij worden de stuurders, en zij zullen het goed doen.

Maar de meerderheid van deze leeftijdscategorie wordt iets anders. Zij worden de structurele afnemers van wat anderen voor hen produceren. Zij krijgen werk dat hen niet uitdaagt, omdat het werk dat hen wél zou uitdagen door anderen of door machines wordt gedaan. Zij krijgen informatie die hun bestaande mening bevestigt, omdat het algoritme hen levert wat hen kalm houdt. Zij stemmen op partijen die hen niets beloven dat zij zelf moeten doen.

Wij kunnen voor hen leven-lang-leren-programma's optuigen, bijscholingscursussen aanbieden, AI-geletterdheidstrajecten verzinnen. Het zal de gemotiveerde minderheid binnen die groep helpen — die was zonder ons ook al de stuurder geworden. De grote middengroep zal niet komen opdagen, of zal een vinkje halen zonder vorming, of zal het programma vroegtijdig verlaten met de klacht dat het te zwaar was.

Dit klinkt hard. Het is hard. Maar wie het niet hardop zegt, blijft middelen besteden aan een groep waarvoor het op massaschaal te laat is, in plaats van diezelfde middelen in te zetten voor de groep voor wie het niet te laat is.

Dat is geen mededogen — dat is misplaatste schaamte over een onontkoombare keuze.

Op individueel niveau is iedere persoon in deze groep nog te redden. Door confrontatie. Door een werkgever die zegt: doe het zelf of vertrek. Door een partner die zegt: leg de telefoon weg. Door één leraar, één mentor, één gesprek dat het kwartje doet vallen. Maar dat is geen beleid. Dat is cultuur, en cultuur veranderen wij niet via een subsidieregeling.

§ 04

Wat onmogelijk lijkt — en het is de regering

Dan komt het derde stuk slechte nieuws, en dit is het zwaarste: onze huidige bestuursstructuur is niet in staat de hervormingen door te voeren die nodig zijn.

Begrijp mij goed. Ik beschuldig hier geen individuele politici van kwade wil. Ik beschuldig een systeem van structurele onmacht.

  • Een regering die per definitie vier jaar vooruit denkt, kan geen vijfentwintig jaar vooruit hervormen.
  • Een coalitie die uit drie of vier partijen bestaat die elkaar wantrouwen, kan geen koers houden waarvoor zij gezamenlijk verantwoordelijkheid moet dragen op een termijn waarop geen van hen nog regeert.
  • Een ambtenarij die wordt afgerekend op vermijden van fouten in plaats van op behalen van resultaten, gaat geen risico nemen voor een uitkomst die zij niet meer zal meemaken.

Dit is geen verwijt. Het is een diagnose. En wie de diagnose niet wil aanvaarden, zal de behandeling niet vinden.

De vraag wordt dan: als de regering het niet kan, wie dan wel?

Het antwoord is even ongemakkelijk als het waar is: wij zelf moeten parallelle structuren bouwen die werken, en wachten tot de huidige zichzelf opheft door eigen ondoelmatigheid. Niet vechten tegen wat staat, maar opbouwen wat moet komen. Geen revolutie, maar vervanging.

Dat klinkt rustig, maar het is in werkelijkheid een radicale uitspraak. Het betekent dat ik u niet vraag uw stem uit te brengen op een betere partij — er ís geen betere partij binnen het bestaande spectrum, en wie u dat wijsmaakt verkoopt u hoop in plaats van waarheid. Het betekent dat ik u vraag uw energie te steken in de instituties die u zelf kunt bouwen of versterken: de school waar u uw kind heen stuurt, de vereniging waar u lid van bent, het bedrijf waar u werkt, de buurt waar u woont, de krant die u leest, de mensen die u om u heen verzamelt.

Dat is geen passieve houding. Dat is de actiefste houding die u kunt aannemen. Want u stopt met uw energie verspillen aan een orgaan dat het niet kan oplossen, en u begint diezelfde energie te investeren in organen die het wél kunnen.

§ 05 · Bericht III

Waarom u zich nu moet uitspreken

Hier komt het deel waar ik u persoonlijk aanspreek, en het is waarom ik dit stuk schrijf.

Wij leven in een tijd waarin de meerderheid zich nergens over uitspreekt, omdat zij denkt dat haar uitspraak er niet toe doet. Dat is de grootste leugen van het tijdperk.

Uw uitspraak doet er juist méér toe dan ooit, omdat zo weinigen zich uitspreken. In een veld waar niemand staat, vult ieder die staat het veld.

Wie u ook bent — wat ik u vraag is dat u stopt met de fictie dat u "geen mening hebt over politiek" of "geen verstand heeft van onderwijs" of "niet weet wat u moet vinden van die nieuwe technologieën". U weet het wel. U voelt het wel. U ziet het iedere dag. Uw zwijgen is geen bescheidenheid — het is het hardop gemaakte besluit om de uitkomst aan anderen over te laten, en dat zijn precies de anderen die u liever niet aan het roer ziet.

§ 06 · Aan u, lezer

Kies.

Geen van de volgende keuzes is gemakkelijk. Maar telkens één van de twee is eervol.

Voor de politicus

Kies.

Tussen het comfort van de coalitiebesprekingen en het noodzakelijke werk dat u over uw eigen termijn heen tilt. Geen van beide is gemakkelijk, maar één van beide is eervol.

Voor de leraar

Kies.

Tussen het volgen van het curriculum dat boven u is bedacht, en het terugnemen van de vakinhoudelijke autoriteit die de uwe hoort te zijn. Eén van beide laat u aan het einde van uw loopbaan terugkijken op iets waar u trots op kunt zijn.

Voor de student

Kies.

Tussen het gemak van de uitbesteding en de moeite van het zelf doen. Eén van beide bouwt een mens en de andere bouwt een façade.

Voor de ouder

Kies.

Tussen het kortetermijngeluk van uw kind dat krijgt wat het wil, en het langetermijnsucces van uw kind dat leert wat het kan. Eén van beide is wat een ouder werkelijk doet.

Voor de ondernemer en bestuurder

Kies.

Tussen de comfortzone van uw bestaande organisatie en de risicovolle stap om iets op te bouwen dat over twintig jaar de motor van dit land kan zijn. Geen van beide is veilig, maar één van beide laat u aan het einde iets achter dat de moeite waard was.

§ 07

Wat ik zelf zal doen

Wij komen aan het einde van dit derde stuk in de serie, en ik wil eerlijk zijn over waar ik zelf sta.

Ik schrijf dit niet als waarnemer. Ik schrijf dit als iemand die zelf de keuzes heeft gemaakt waar ik u toe oproep — niet allemaal volmaakt, niet allemaal op tijd, maar wel gemaakt. Ik ben bezig parallelle structuren te bouwen op het gebied van onderwijs, op het gebied van innovatie, op het gebied van industriële organisatie. Ik schrijf in deze krant omdat ik geloof dat het publieke woord nog steeds een rol heeft te spelen — niet om de regering te veranderen, maar om de mensen wakker te maken die zelf gaan veranderen wat de regering niet kan.

Ik vraag u niet mij te volgen. Ik vraag u uzelf te zijn — maar dan de versie van uzelf die zich uitspreekt in plaats van zwijgt, die handelt in plaats van afwacht, die kiest in plaats van zich laat kiezen.

Slot

Het is laat.
Maar het is niet te laat.
Niet voor de kinderen.
Niet voor wie zich nu nog uitspreekt.
Niet voor wie nu nog opstaat.

Aan de slag — en deze keer met het besef dat wie niet kiest, gekozen wordt voor het verkeerde.

Jacobus van Merksteijn schrijft over onderwijs, innovatie en democratisch herstel in Het Open Vizier. Dit was het derde en afsluitende deel van zijn serie over de heroprichting van het Nederlandse onderwijs.