Taal · Nederlands
Editie 2 — Donderdag 28 mei 2026

Het Open Vizier

Gratis informatieblad zonder reclameOnafhankelijk, geen mening, geen verkoop van gegevensHoud mij op de hoogte →
🎧
Onderwijs-trilogie · Deel II

De prijs van de bloei

Wat het kost om het Nederlandse onderwijs te herstellen — en waarom de rekening niet vermeden kan worden.

Door Jacobus van Merksteijn · 14 min lezen · 28 mei 2026 · Editie 2

Tweede deel van de onderwijs-trilogie

Een eik in bloei boven verzwegen offers tussen zijn wortels — Dutch broadsheet illustration
§ 01

De bloei die wij willen — en het zwijgen erover

In het eerste deel van deze serie heb ik beschreven hoe het Nederlandse onderwijs eruit moet komen te zien om de volgende generatie de vorming te geven die deze tijd vraagt. Drie sporen — vakmanschap, brede kennis, klassieke vooropleiding — die naast elkaar bestaan, elk met federale erkenning en eigen examen. Bekostiging op uitkomst. Docenten geselecteerd. Een Brede Kennis School die polymaths kweekt. Een Hogere Zeevaartschool die weer bestaat.

Ik heb in dat eerste deel weinig gezegd over wat dit kost. Niet uit onkunde — uit volgorde. Eerst moest helder zijn waaróm. Pas daarna heeft de vraag wat kost het betekenis.

Dit tweede deel gaat over die vraag. Niet om de lezer te ontmoedigen, maar om hem te bewapenen. Want het is een wet van het politieke gesprek: zodra de hervorming concreet wordt, wordt zij duur. En zodra zij duur wordt, wordt zij gestaakt — niet omdat zij verworpen is, maar omdat niemand de moed heeft de rekening voor zijn rekening te nemen.

Wie de prijs niet wil noemen, doet alsof de bloei gratis is. En wat gratis lijkt, krijgt niemand.

Ik wil daarom in dit stuk drie dingen doen. Eén: de kostenposten benoemen in orde van grootte. Twee: aanwijzen wie ze betaalt — niet abstract "Nederland", maar concreet welke groep welk offer brengt. Drie: laten zien waarom uitstel duurder is dan de hervorming zelf.

§ 02

De kostenposten in orde van grootte

Geen exacte cijfers — orden van grootte, om het gesprek mogelijk te maken.


€ 2-3 mrd

Lerarensalarissen omhoog naar het niveau dat de selectie rechtvaardigt — Fins model

jaarlijks · structureel
€ 1-2 mrd

Herstel van vakopleidingen als zelfstandige instituten — MTS, HTS, HZS, HLS, HHS

eerste 5 jaar · investering
€ 500 mln

Pilot Brede Kennis School — drie locaties, vier jaargangen, eindexamen-infrastructuur

eerste 5 jaar · investering
€ 300 mln

Onafhankelijke inspectie en centraal examenbureau — random, onaangekondigd

jaarlijks · structureel
€ 1-2 mrd

Maatschappelijke dienstplicht licht — zes tot twaalf maanden, studievoorschot

jaarlijks · structureel
€ 5-7 mrd

Totale ordegrootte — eerste vijf jaar samen, daarna deels zelfdragend door bekostiging-op-uitkomst

cumulatief · ruw

Dit zijn ruwe ordegroottes, geen begrotingsregels. Wie precieze cijfers wil, moet een minister vragen — en wie weet die dat ooit een eerlijk antwoord geeft. Maar de orde klopt. Wij hebben het hier over enkele miljarden per jaar, structureel, plus een investering van vergelijkbare grootte over een termijn van vijf tot tien jaar.

Voor perspectief: het Nederlandse onderwijsbudget bedraagt ruim € 45 miljard per jaar. Het herstel kost dus ergens tussen 10 en 20 procent van wat wij nu al uitgeven. Niet onbetaalbaar. Wel onontkoombaar zichtbaar.

Bronnen: Rijksbegroting OCW · CPB doorrekening lerarensalarissen (2024) · OECD Education at a Glance · eigen schatting

§ 03

Wie betaalt wat

Geld is het kleinste deel van de prijs. Iedere hervorming die alleen geld kost, is geen hervorming — het is een uitgave. De echte prijs zit in wat mensen moeten opgeven. En dat is per groep verschillend.

De ouder

Geeft op: het gemak van het toegeven.

Onder het nieuwe stelsel heeft de docent het laatste woord. Niet de ouder die klaagt. Niet het kind dat huilt. De ouderbijdrage wordt mede in tijd betaald — werkgevers faciliteren dat. Wie zijn kind streng laat opvoeden, levert in op de eigen avond. Dat is de prijs van een kind dat over twintig jaar kan denken.

De docent

Geeft op: het schuilen achter het curriculum.

In het oude stelsel was het curriculum een schild — wie het volgde, was niet aansprakelijk voor de uitkomst. In het nieuwe stelsel is de docent een meester. Salaris zoals een meester. Maar ook verantwoordelijkheid zoals een meester: wat de leerling kent, is wat de docent heeft overgedragen.

De leerling

Geeft op: de telefoon, het diploma-zonder-inhoud, het uitbesteden.

Geen telefoon op school onder de zestien. Mondeling examen als hoofdvorm — geen multiple choice waarop het algoritme tipt. Wie zakt, zakt. Voor het eerst in dertig jaar is een diploma weer iets dat ergens voor staat. De winst aan kracht is groot. De prijs aan gemak ook.

De school

Geeft op: de garantie van bekostiging op aantallen.

Een school krijgt geld voor élke leerling die op streefniveau slaagt — niet voor élke leerling die binnenkomt. Wie niveau verlaagt om iedereen door te krijgen, verliest geld. Sommige schoolbesturen zullen failliet gaan. Dat is geen fout van het stelsel — dat is precies de bedoeling.

De ondernemer

Geeft op: het instromen van laagopgeleide papier-academici tegen lage prijs.

Onder het nieuwe stelsel zijn er minder papieren academici en meer echte vakmensen. Werkgevers die hun bedrijfsmodel hebben gebouwd op goedkope, slecht-opgeleide HBO'ers, moeten ofwel een hogere prijs betalen voor échte kennis, ofwel productiever worden met minder mensen. Beide opties zijn beter voor het land. Niet altijd voor de individuele werkgever.

De politicus

Geeft op: de electorale beloning van het uitstel.

Een politicus die deze hervorming doorvoert, zal niet de vruchten plukken. De eerste lichting komt in 2031 uit het stelsel — twee kabinetten later. De partij die nu hervormt, geeft de electorale winst weg aan haar opvolger. Wie dit weigert te accepteren, kiest tegen het land en voor zichzelf. Dat is wat deel III zal noemen: kies een kant.

De belastingbetaler

Geeft op: enkele miljarden per jaar — die hij anders ergens anders verspilt.

Vijf tot zeven miljard per jaar lijkt veel. Het is minder dan wat Nederland in een gemiddeld jaar uitgeeft aan subsidies die niemand kan benoemen. Het is minder dan wat wij verliezen aan productiviteit per jaar door een beroepsbevolking die niet meer kan lezen wat zij ondertekent. Het is een herallocatie van middelen die wij nu al uitgeven — niet een nieuwe last.

§ 04

De verstopte kosten van niet hervormen

Wie zegt dat het te duur is, vergelijkt met nul. Maar nul bestaat niet — wij betalen al, alleen zonder iets te krijgen.


Kostenpost van niet-hervormen Wat het ons nu kost — per jaar, ruw
Productiviteitsverlies door functioneel ongeletterde beroepsbevolking € 8-12 mrd · CPB-schatting bij PISA-trend
Bijscholing en omscholing van werkenden die hun initiële opleiding niet meer aansluit € 3-5 mrd · UWV en O&O-fondsen
Sociale uitkeringen voor jongeren met diploma's zonder arbeidsmarktwaarde € 2-4 mrd · CBS, jongerenwerkloosheid
Zorg- en GGZ-kosten van een generatie die op haar telefoon is opgegroeid € 1-3 mrd · Trimbos, GGZ Nederland
Verlies aan internationale concurrentiekracht — Nederland van top-5 naar middenmoot Onmeetbaar — maar reëel · IMD World Competitiveness
Totaal verstopte kosten € 14-24 mrd per jaar · structureel

De vergelijking spreekt voor zich. De hervorming kost vijf tot zeven miljard per jaar in de eerste vijf jaar. Het uitstel kost ons al jaarlijks meer dan het dubbele daarvan — alleen wordt die rekening niet gepresenteerd op één blad papier, dus voelt zij abstract.

Wij betalen de prijs van de bloei al. Wij krijgen er alleen geen bloei voor terug.

Bronnen: CPB-Notitie 2024 · UWV jaarrapport 2025 · CBS · Trimbos 2025 · IMD WCI 2024 · eigen schatting

§ 05

Wat blijft, wat gaat

Een hervorming wint niet door beloften — een hervorming wint door eerlijkheid over wat zij wegneemt. Hier het korte overzicht.

Wat blijft Wat verdwijnt
Vrijheid van richting — artikel 23 Vrijheid om het niveau te verlagen en bekostigd te blijven
De docent voor de klas De docent als curriculum-uitvoerder zonder autoriteit
Gymnasium en lyceum HAVO-VWO als verzamelnaam voor breed mediocre
Brede toegankelijkheid van het onderwijs Diploma-inflatie die elke toegankelijkheid devalueert
De vrije keuze van de leerling op zijn vijftiende De fictie dat een kind van twaalf al kan kiezen wat het wordt
Inspectie als instituut Inspectie die haar bezoek aankondigt
De Nederlandse traditie van pragmatisme en koopmanschap De Nederlandse traditie van wegschuiven en pappen-en-nathouden
§ 06

De tijdlijn van de pijn — en van de winst

Een hervorming van deze omvang doet pijn op het verkeerde moment. Het is de plicht van de schrijver om dat eerlijk te zeggen.

Periode Wat de Nederlander voelt
Jaar 1-2 Vooral kosten. Eerste schoolbesturen verliezen bekostiging. Eerste protesten van docentenbonden. Geen zichtbare winst.
Jaar 3-5 Eerste BKS-lichting in opleiding. Eerste vakopleidingen heropgericht. Eerste eindexamens centraal. De toon van het gesprek verandert — maar nog geen meetbaar resultaat.
Jaar 6-8 Eerste lichting nieuwe vakmensen op de arbeidsmarkt. Eerste afgestudeerden Brede Kennis School. PISA-cijfers stijgen voor het eerst in dertig jaar. De pers begint van toon te veranderen.
Jaar 9-15 Effect cumuleert. Productiviteit per werkende stijgt. Sociale uitkeringen aan jongeren dalen. Internationale ranglijsten herzien. Een generatie van twintigers die kan denken neemt rollen over.
Jaar 16-25 De bloei. De generatie van 2040 stuurt het land — en kan dat omdat zij is gevormd. Het uitgaven-saldo van de hervorming wordt positief: het scheelt méér aan productiviteit dan het ooit kostte.

Dit is geen marketingschema. Dit is de eerlijke verwachting bij vergelijkbare hervormingen elders — Singapore vanaf 1965, Finland vanaf 1985, Estland vanaf 1995. Steeds dezelfde curve: pijn vooraf, langzame opbouw, sterke versnelling vanaf het tweede decennium.

Wie alleen aan de komende vier jaar denkt, kan deze hervorming niet betalen. Wie aan de komende vijfentwintig jaar denkt, kan zich het uitstel niet meer permitteren.
§ 07

De prijs van uitstel

Er bestaat een hardnekkige denkfout in het Nederlandse politieke gesprek: dat nog niet hervormen goedkoper is dan nu hervormen. Dat is misleidend. Uitstel heeft een prijs, en die prijs is in lichtingen kinderen.

Iedere maand uitstel is een maand waarin opnieuw 17.000 Nederlandse kinderen worden geboren. Tegen de tijd dat de hervorming begint, zijn die kinderen al twee jaar in het oude stelsel. Tegen de tijd dat de hervorming volledig draait, zijn zij al zes, zeven jaar de verkeerde vorming opgelopen. Iedere maand uitstel is dus niet alleen vier of vijf miljard aan verstopte kosten — het is een verloren lichting.

Vijf jaar uitstel = 1 miljoen kinderen die het oude stelsel niet meer ontkomen.
Vijf jaar uitstel = € 70 miljard aan verstopte kosten — voor exact dezelfde uitkomst.

Dit is de berekening die in deel III tot een keuze leidt. Niet omdat de cijfers dwingen — maar omdat de cijfers niet meer ontweken kunnen worden.

§ 08

Slot — en de brug naar deel III

Ik heb in dit tweede deel de prijs willen noemen die het eerste deel onuitgesproken liet. Niet om u te ontmoedigen, maar omdat een hervorming die niet kan worden betaald geen hervorming is — het is een wens.

De prijs is hoog. De prijs van uitstel is hoger. De prijs van niet kiezen is het hoogst.

Dat brengt ons bij het derde en laatste deel van deze serie: Kies een kant. Want zodra de prijs benoemd is, is er geen vrijblijvendheid meer. Iedereen — ouder, docent, leerling, schoolbestuurder, ondernemer, politicus — staat dan op een punt waarop zijn houding telt op een manier die zij dertig jaar lang niet meer heeft geteld.

De bloei kost wat zij kost.
Wij hebben het geld al uitgegeven — alleen zonder iets te oogsten.

Verder naar deel III — Kies een kant →

Jacobus van Merksteijn schrijft over onderwijs, innovatie en democratisch herstel in Het Open Vizier. Dit was deel II van de onderwijs-trilogie.