Taal · Nederlands
Wat opkomt

Het Open Vizier

Een krant over denken zonder oogkleppen

Sepia-gravure: een oneindig diepe zwarte put in de grond, met munten en biljetten die eromheen liggen en er in vallen; op de rand een oude boortoren en in de verte een Nederlands polderlandschap met molen.

Palma, 5 juli 2026 · Onderzoek & analyse · Editie Klimaat

Vierhonderdvijftig miljoen voor een gat in de grond

Zuidwending, HyStock en de anatomie van een politieke verspilling

Jacobus van Merksteijn

Op 4 juli 2026 kondigde het kabinet aan €450 miljoen vrij te maken voor project HyStock in het Groningse Zuidwending — de eerste grootschalige ondergrondse waterstofopslag van Nederland. Vier zoutcavernes, uitgeloogd door Nobian, klaar om waterstof te bergen die er tegen 2032 doorheen zou moeten gaan lopen. De minister van Klimaat en Groene Groei sprak van marktfalen. Zij bedoelde iets anders. Zij bedoelde dat geen enkele private investeerder deze rekening wil dragen. Die reden is niet marktfalen. Die reden is fysica.

Wat het kabinet heeft besloten

Het bericht zelf is eenvoudig. HyStock krijgt €450 miljoen. Nobian loogt vier zoutcavernes uit onder Zuidwending — een operatie van meerdere jaren. Er komt een waterstoftransportleiding, gepland voor 2032. Uiteindelijk zouden er dertien cavernes kunnen ontstaan. Het geld is bedoeld voor drie specifieke risico's die "een normale investeerder nu nog niet wil dragen": de onzekere prijs van het zogeheten kussengas, het risico dat de opslag de eerste jaren niet vol genoeg raakt, en mogelijke vertraging door vergunningen. Eventuele exploitatietegenvallers blijven voor HyStock zelf.

Lees dat laatste nog een keer. De belastingbetaler draagt het risico dat de opslag nooit rendeert. De onderneming draagt het risico dat zij te veel winst maakt. Dat is geen marktfalen. Dat is een specifieke vorm van staatssteun die in Brussel meestal 'strategische investering' wordt genoemd en in Den Haag 'ondersteuning van de industriële transitie'. Beide termen zijn eufemismen voor hetzelfde: een private onderneming die geen publiek risicoprofiel wil dragen krijgt publiek risicokapitaal — zonder aandeel in de opwaartse potentie.

Op zichzelf is dat niet interessant. Waar het interessant wordt is bij de vraag: op welke technologie zetten wij daarmee in?

De prijs die niemand op tafel legt

In Op de bok of op de bagagedrager van 20 juni jongstleden werd één cijfer geïsoleerd dat het Nederlandse waterstofbeleid onmiddellijk onhoudbaar maakt. Aan de fabriekspoort, zonder enige subsidie, kost een megawattuur primaire energie:

Bron€ / MWh
Uranium€12
Aardwarmte€20
Carbon-Alert bio-ethanol€32
Aardgas€40
Houtpellets€45
Grijze waterstof€67
Stookolie€70
Groene waterstof aan de Nederlandse pomp€540

Vijfhonderdveertig euro per megawattuur. Tegen tweeëndertig. Zeventien keer duurder dan het goedkoopste beschikbare alternatief. Dat is geen prijsverschil dat een efficiëntere elektrolyse of een grotere schaal zal wegpoetsen. Elektrolyse vraagt structureel 52 kilowattuur stroom per kilogram waterstof. Compressie naar 700 bar kost nog eens tien procent. Transport en opslag nog eens vijftien. Deze verliesfactoren staan in de natuurwetten — niet in de businessplannen. Ze verdwijnen niet met €450 miljoen aan cavernebouw en ze verdwijnen ook niet met tien jaar overheidsdoorzettingskracht.

Voor de verwarming van een gemiddelde Nederlandse woning betekent dit — in De op de natuur aangepaste analyse uitgerekend — dat een huishouden in het bijstandsniveau bij een waterstof-transitie meer dan een kwart van zijn inkomen aan energie alleen kwijt zou zijn. Dat is geen transitie. Dat is huishoud-vernietiging.

De rest van Europa loopt weg

Voor wie zich afvraagt of dit een vooringenomen Open Vizier-analyse is, drie feiten die niet uit onze koker komen.

Stellantis — moederconcern van Peugeot, Citroën, Fiat, Opel — stopte in 2025 met waterstof. Publiek, definitief, met verwijzing naar structurele kostenongunstigheid. Bosch — Duitse toeleveringsreus — staakte in dezelfde periode zijn brandstofcel-tak. Volkswagen, Mercedes en Stellantis werkten sinds 2017 in IPEN-verband aan ethanol-brandstofcellen; die inspanning werd stilgezet toen de Brusselse en Haagse wind naar batterij-elektrisch en waterstof draaide. Deze partijen zijn niet naïef. Zij hebben de rekensom gemaakt die de minister van Klimaat en Groene Groei blijkbaar niet heeft laten maken.

En in Tochigi, Japan, draait sinds 2026 een Nissan-installatie die bio-ethanol omzet in stroom met zeventig procent rendement. Geen 700-bar-cilinder. Geen cavernebouw. Geen kussengas. Een vloeistof in een tank, een katalysator, een membraan — en er loopt stroom uit bij kamertemperatuur. Brookhaven National Laboratory demonstreerde de onderliggende koude oxidatie in 2009. PNAS publiceerde in 2022 een katalysator met 99,9 procent CO₂-selectiviteit bij een record-laag potentiaal van 0,35 volt. In 2025 licentieerde Brookhaven de techniek aan Chemcat Japan. Zeventien jaar tussen de Amerikaanse wetenschappelijke doorbraak en de Japanse commerciële licentie. Europa was er in die zeventien jaar bij aanwezig als toeschouwer.

De €450 miljoen voor Zuidwending is de Nederlandse manier om die toeschouwersrol te bestendigen. Niet door een fout te herstellen, maar door hem duurder te maken.

Wat diezelfde vierhonderdvijftig miljoen elders zou opleveren

Dit is het punt waarop de discussie stopt met academisch te zijn. €450 miljoen is geen abstract getal. Het is een concrete stapel geld die aan iets anders besteed had kunnen worden. Vier vergelijkingen, alle vijf gebaseerd op cijfers uit eerdere Open Vizier-analyses.

Vergelijking één — Carbon-Alert energie-hubs. Een hub van 100 kilowatt kost €180.000 om te bouwen, produceert 800.000 kilowattuur per jaar tegen 9,97 cent, en verdient zichzelf in drie jaar terug zonder één cent subsidie (De dertig cent die Europa omdraait). Voor €450 miljoen bouwt u tweeduizendvijfhonderd hubs. Samen goed voor 250 megawatt geïnstalleerd vermogen, twee miljard kilowattuur per jaar, en circa 1.750 vaste banen in installatie, onderhoud en operatie. Verspreid over Groningen, Brabant, Friesland en Zeeland — precies daar waar de netcongestie het hardst pijn doet.

Vergelijking twee — de koolzaadhectare. In De Koolzaad-Multiplicator is doorgerekend dat een omschakeling van koolzaad naar Carbon-Alert NL het bruto boereninkomen brengt van €1.400–1.900 per hectare naar €7.500–12.000 per hectare — een factor vier tot acht. Op Nederlands niveau: de aanloopfinanciering voor een pilotproject van 1.000 hectare bedraagt volgens dezelfde analyse €15 tot €25 miljoen. Met €450 miljoen betaalt u vijftien tot dertig van zulke pilots, of één landelijke uitrol van 20.000 hectare met bijbehorende Tier-1-verwerkingsinfrastructuur. Dat is een kwart van de Nederlandse stikstofcrisis-hectare in één keer opgelost — met een boerinkomen dat de subsidieafhankelijkheid als bijzaak achterlaat.

Vergelijking drie — BiCRS-koolstofverwijdering. In De Brusselse Gevolgenkaart — BiCRS-versie is de modelprijs voor permanente CO₂-verwijdering via anoxische biomassa-injectie in de equatoriale band vastgesteld op €40 per ton — tegen een werkelijke productiekost van €22–28 per ton. Voor €450 miljoen koopt u 11,25 miljoen ton permanente CO₂-verwijdering — bijna een tiende van de jaarlijkse Nederlandse uitstoot, definitief en verifieerbaar uit de atmosfeer, tegen de helft van de huidige EU-ETS-prijs. Het waterstofcaverne-alternatief levert geen ton verwijdering op. Het levert een gat in de grond waar iets doorheen zou moeten stromen dat vandaag zeventien keer duurder is dan het alternatief.

Vergelijking vier — vijf tot tienduizend Europese ROC-plaatsen. In Wat Brussel werkelijk krijgt is de tegenwaarde uitgerekend van 3.500 hectare Carbon-Alert-pilot in Nederland, Duitsland en Frankrijk: €15–25 miljoen via Horizon Europe. Van de €450 miljoen resteert na de landbouwpilots en de energie-hubs voldoende om de complete Nederlandse MBO- en TVT-modules ethanol-bedrijf en SOFC-onderhoud op te tuigen in vijfhonderd ROC's — waarmee twee generaties werklozen uit de metaal- en installatiesector direct inzetbaar worden op de industrie die zich nu in Japan en Korea vormt.

De echte anatomie van de verspilling

Optellend levert de €450 miljoen aan HyStock in het scenario van "de politieke bagagedrager" — zoals we die route in de vorige triptiek noemden — na tien jaar een cavernecomplex op dat een molecuul opslaat waarvan de eindprijs aan de pomp zeventien keer boven het beste alternatief ligt. In het scenario van "de koetsier" leveren dezelfde middelen: 2.500 energie-hubs, twintigduizend hectare landbouwtransformatie, elf miljoen ton permanente koolstofverwijdering, en de complete beroepsopleiding voor de industrie waarop wij zeventien jaar hebben zitten kijken. De keuze is niet ideologisch. Zij is arithmetisch.

De verantwoordelijke bewindspersoon — minister van Klimaat en Groene Groei — spreekt van marktfalen. Maar er is geen marktfalen. Er is een markt die de prijssignalen leest en zich terugtrekt. Die markt heet Stellantis. Die markt heet Bosch. Die markt heet Volkswagen. Zij hebben het cijfer van €540 per megawattuur gezien en zijn opgestapt. Wat het kabinet doet is niet marktfalen corrigeren. Wat het kabinet doet is een fysisch onhoudbare route kunstmatig in stand houden met belastinggeld — precies zoals eerder met SDE-windparken, gigafactory-subsidies en waterstof-corridors is gebeurd, alle drie inmiddels gedocumenteerd als financiële verzonken kosten.

De drie stille aannames die deze verspilling mogelijk maken

Achter iedere staatsuitgave van €450 miljoen aan een verliesgevende route liggen drie stille aannames die niemand in de Tweede Kamer expliciet toetst. Eén — dat waterstof "hoe dan ook nodig blijft voor de industrie". Dat argument klopt voor precies twee toepassingen (raffinage-hydrocracking en ammoniak-synthese) en klopt niet voor mobiliteit, verwarming of stationaire elektriciteit. Voor die drie toepassingen bestaat ethanol-SOFC bewezen goedkoper. Twee — dat "de leercurve waterstof nog goedkoper zal maken". Dat is een curve die na vijftien jaar subsidie nog geen twintig procent kostendaling heeft gehaald, tegenover een ethanol-leercurve van zeven tot negen procent per jaar sinds 2020, gedocumenteerd door IEA Bioenergy Task 39. Drie — dat "we niet alle eieren in één mandje moeten leggen". Deze drogreden verhult dat het huidige mandje uit één ei bestaat: batterij plus waterstof, terwijl juist het weglaten van het derde ei — de ethanol-SOFC — het diversificatie-argument omkeert.

Wat een verantwoordelijke minister vandaag kan doen

De €450 miljoen is toegezegd, niet uitgegeven. Het besluit ligt in de Tweede Kamer. Een verantwoordelijke minister zou vandaag drie dingen doen. Één — de toezegging pauzeren tot een onafhankelijke doorrekening op de website eu-bicrs.openvizier.org is uitgevoerd waarin dezelfde €450 miljoen wordt getoetst tegen alternatieve besteding aan bio-ethanol-SOFC-uitrol. Twee — een Kamerbrief sturen die expliciet erkent dat groene waterstof aan de Nederlandse pomp €540 per megawattuur kost en dat ethanol-SOFC €32 kost, en dat het beleid in het licht daarvan wordt heroverwogen. Drie — publiek uitspreken dat de zeventien-jarige Aziatische voorsprong op ethanol-SOFC alleen kan worden ingelopen als Nederland nu — in 2026, niet in 2032 — kiest voor productie in Groningen, Brabant en Friesland.

Deze drie stappen kosten geen extra geld. Zij besparen €450 miljoen. Zij ontsluiten daarnaast een technologische route die 350.000 Europese banen kan opleveren zonder één cent subsidie.

De rekening die aan de kiezer wordt gepresenteerd

Wat overblijft is de vraag wie de rekening betaalt. €450 miljoen belastinggeld is niet neutraal geld. Het is geld dat afkomstig is van huishoudens die volgens de doorrekening in De op de natuur aangepaste analyse onder het overheidsspoor structureel duizend euro per jaar méér aan energie kwijt zijn dan onder het ethanol-WKK-spoor. Diezelfde huishoudens betalen nu, via belasting, mee aan een cavernebouw die de energie-armoede waarin zij zich bevinden verergert in plaats van verlicht. Voor het bijstandshuishouden Sandra — €5.667 per jaar aan waterstof-transitie-energie tegenover het huidige €1.824 — is dat niet een fiscale nuance. Dat is een existentiële.

De vraag die de Tweede Kamer volgende week moet beantwoorden is niet of Zuidwending een technisch interessante caverne oplevert. Zij zal er een technisch interessante caverne opleveren. De vraag is of Nederland zich €450 miljoen kan veroorloven om zeventien jaar Aziatische voorsprong op de goedkoopste beschikbare energieroute te bevestigen — terwijl dezelfde middelen, elders besteed, precies die voorsprong zouden inhalen.

Het antwoord is arithmetisch. En het antwoord is nee.

— Het Open Vizier · Editie Klimaat · Onderzoek & analyse · 5 juli 2026

Aanverwante lectuur op openvizier.org:

Bron nieuws: NRC, 4 juli 2026, "Kabinet maakt 450 miljoen vrij voor waterstofopslag in Zuidwending" (foto's meegeleverd door de auteur).

← Terug naar Wat opkomt