Gratis maandelijkse krant zonder reclame    Schrijf u in zonder verplichting
Taal · Nederlands
Wat opkomt · 19 juni 2026

Het Open Vizier

Een krant over denken zonder oogkleppen

Gratis informatieblad zonder reclameOnafhankelijk, geen mening, geen verkoop van gegevensHoud mij op de hoogte →
Klassiek olieverf-portret in warme aardetinten: een jonge vrouw in de late twintig zit op de rand van een onopgemaakt bed, kantoorkleding half uit. Ochtendlicht valt door een raam met linnen gordijnen. Op het nachtkastje een dichtgeklapte laptop, een telefoon, een glas water en een strip pillen. Aan de muur een kalender met kruisen.
Nina — en een generatie zoals zij — belandt met angst, vermoeidheid en depressie in de WIA. Het lichaam neemt het over als het lichaam te lang geen adres kreeg.

Palma, 5 augustus 2026 · Opinie · Editie 3 — Onder het ijs

"Waar een wil is is een weg"

Waarom een generatie jongeren ziek thuis zit, en wat de opvoeding daarmee te maken heeft.

Jacobus van Merksteijn

Het Financieele Dagblad publiceerde deze week een reportage over jonge werkenden die met angst, vermoeidheid en depressie in de WIA belanden. De cijfers zijn hard: de instroom van dertigminners in de arbeidsongeschiktheidsuitkering groeit, psychische klachten zijn er de grootste driver van, en slechts één op de zeven keert binnen vijf jaar deels of volledig terug naar de werkvloer. De maatschappelijke kosten van psychische klachten lopen op tot € 51 mrd per jaar. Voor 2026 komt de WIA-tegenvaller neer op € 285 mln, oplopend tot ruim € 1 mrd in vijf jaar.

Het artikel beschrijft symptomen. Het beschrijft ze goed, maar het blijft binnen het frame dat de symptomen zelf produceert. Preventie, betere HR, minder stigma, meer flexibiliteit bij de manager. Allemaal waar. Allemaal aan de verkeerde kant van het probleem.

Dit stuk gaat over de andere kant. Over de plek waar het probleem wordt gemaakt: de opvoeding, en de basis daaronder.

De drie hersenlagen, kort

Klassiek olieverf-schilderij met drie hersenlagen: onder het oergevoel als organische wortels, daarboven een emotionele middenlaag als vloeiende stromen, bovenaan een geometrisch-mechanische rationele laag.
Het driedubbele brein: onder het oergevoel, daarboven de emotie, bovenaan de ratio. Zij moeten met elkaar in gesprek zijn — anders neemt het lichaam het over.

Een mens heeft drie lagen die op elkaar zijn gestapeld en met elkaar praten. De onderste laag is het oergevoel: honger, angst, veiligheid, erbij horen, "dit klopt niet". De middelste laag is de emotie: verdriet, boosheid, schaamte, trots, sociale spiegeling. De bovenste laag is de ratio: plannen, doelen, redeneren, taal.

Die drie lagen moeten met elkaar in gesprek zijn. De onderste laag levert het signaal, de middelste laag geeft er kleur aan, de bovenste laag maakt er een besluit van. Als één van die lagen wordt overgeslagen, gaat het lichaam het overnemen. Oorsuizen. Hartkloppingen. Paniek. Twee jaar thuis op de bank.

Nina, de hoofdpersoon in het FD-artikel, beschrijft precies dat:

"Fysiek was ik helemaal op; ik had oorsuizen, hartkloppingen, ik was helemaal in paniek en superemotioneel."

Dat is geen ziekte. Dat is een onderste laag die eindelijk het woord krijgt, nadat hij twee jaar lang is overgeslagen.

Wat we kinderen aandoen

Klassiek olieverf-schilderij: een schoolklas met leerlingen achter houten schoolbanken onder een grote mechanische stoompers; damp stijgt op, een leraar in donker pak staat toe te kijken.
De systematische uitknijping — van opvang, school en werkvloer naar één indicator: prestatie.

Een kind komt ter wereld met een werkende onderste laag en verder niets. Honger, kou, angst, troost. "Mamma ik heb honger" is de eerste zin waarin alle drie de lagen samen werken: het lichaam voelt, het gevoel benoemt, het verstand vraagt. Als daarop een adequaat antwoord komt — eten, warmte, een arm om je heen — dan leert het kind dat zijn onderste laag mag spreken en dat spreken helpt.

Wij hebben in twee generaties tijd dat leerproces stuk gemaakt. Niet omdat we onze kinderen niet liefhebben, maar omdat we het niet meer kunnen zien. We zien het niet, omdat het zien zou betekenen dat we ons eigen leven anders moeten inrichten. En dat kunnen we niet, want de hypotheek moet betaald, de baan moet gehouden, de agenda moet vol.

Concreet, wat we doen

Onderwijs in het AI-tijdperk

Klassiek olieverf-portret van een jonge ambachtsman aan zijn werktafel, licht van bovenaf, gereedschap en materiaal op tafel; op de achtergrond een donkere digitale wand met patronen.
Wat overblijft, is wat AI niet heeft: een lichaam dat weet wanneer iets niet klopt.

Ons onderwijs was al een bovenste-laag-machine voordat AI kwam. Cijfers, toetsen, doelen, uitkomsten. Nu AI de bovenste laag goedkoop maakt — elke leerling kan een essay, een som, een analyse laten produceren — is de bovenste-laag-monocultuur van het onderwijs ineens leeg. Er is niets over dat een mens onderscheidt van een taalmodel.

Wat overblijft, is wat AI niet heeft: een werkende onderste laag, en een middelste laag die daarmee in gesprek is. Een mens die kan voelen dat iets niet klopt voordat hij het kan beredeneren. Een mens die weet wanneer hij moe is, bang is, ergens niet thuishoort. Een mens die "nee" kan zeggen omdat zijn lichaam het zegt, niet omdat zijn hoofd een argument heeft geconstrueerd.

Dat is wat het onderwijs moet gaan leren, en het weet nog niet hoe. Het probeert AI te bestrijden met detectie, verboden, opdrachten die AI-proof zijn. Dat is symptoombestrijding. De echte opdracht is een omkering: leer een kind zijn onderste laag terug. Leer het rust, verveling, lichamelijke aanwezigheid, echte gesprekken, echte natuur, echte ambachtelijkheid. Dingen die AI niet kan, omdat AI geen lichaam heeft.

Het oergevoel in de beroepspraktijk

Klassiek olieverf-schilderij in warme sepia-tinten: een spreekkamer met dokter aan een mahoniehouten bureau, olielamp, apothekersflessen, een jonge patiënt in schaduw. De dokter schrijft op een recept.
Waar een systeem zijn eigen productiefouten met zijn eigen consumptiecircuit opruimt: het probleem wordt bij het individu neergelegd, in de vorm van een stoornis.

Wat je vervolgens op de werkvloer ziet, is de rekening. Een jongere met een tijdelijk contract die "de baas zijn deur staat altijd open" hoort maar biologisch niet in staat is om erdoor te lopen, omdat zijn onderste laag correct signaleert: contract niet verlengd = geen geld = geen huis.

72% van de werknemers ziet de uitval van tevoren aankomen. 11% van de managers pikt het op. Dat gat is geen communicatietekort. Dat is een machtsasymmetrie die het spreken van de onderste laag economisch verbiedt.

En als die onderste laag het dan uiteindelijk toch overneemt — hartkloppingen, paniek, twee jaar thuis — dan is het antwoord van het systeem: "ga naar de dokter". Medicalisering. Diagnose. Uitkering. Het probleem wordt bij het individu gelegd, in de vorm van een stoornis, en behandeld met individuele therapie en pillen. De opvoeding, het onderwijs, het contract, de Instagram-vergelijking, de opvangstructuur, blijven onaangeroerd.

Opmaakeconomie

Dat is geen samenzwering. Dat is een systeem dat zijn eigen productiefouten opruimt met zijn eigen consumptiecircuit. In economisch jargon: het is opmaakeconomie. De WIA-kosten, de zorgkosten, de arbodienstomzet, de verzekeringspremies verschijnen allemaal netjes in het BBP.

Het BBP groeit. De productieve kern — jonge, gezonde, werkende mensen — krimpt. Het winkelmandje groeit terwijl de productiemachine kapot gaat.

Waarom we het niet zien

We zien het niet, omdat het zien een ander vizier heeft. Een vizier dat zegt: je moet je kind thuis houden als het klein is, of in kleine groepen met vaste verzorgers. Een vizier dat zegt: je moet minder werken, minder consumeren, minder presteren, minder scrollen. Een vizier dat zegt: het perfecte plaatje is de ziekte, niet de norm. Een vizier dat zegt: een tijdelijk contract is geen arbeidsvorm maar een biologische muilkorf.

Dat vizier is niet oplosbaar in ons dagelijks leven. We hebben de hypotheek, de baan, de agenda, de school, de opvang. We kunnen niet zomaar stoppen. Dus gaan we door. En omdat doorgaan niet samen kan met zien, stoppen we met zien. Niet uit slechtheid. Uit noodzaak.

Vervolgens bestrijden we de symptomen die uit het niet-zien voortkomen. Meer preventie op de werkvloer. Betere HR-training. Anti-stigma-campagnes. Meer psychologen. Betere apps. Kortere wachtlijsten. Allemaal nuttig. Allemaal aan de verkeerde kant.

Wat je op de achtergrond hoort

Elke euro die naar preventie, arbodienst, medicatie en therapie gaat, wordt uit een economie gehaald die zich niet kan veroorloven om die euro nog eens uit te geven. En elke jongere die twee jaar thuis zit, is een jongere die die euro niet meer produceert.

Twee bewegingen die op elkaar botsen: het BBP-cijfer stijgt door de reparatie, de reële productiekracht daalt door de schade. Vroeg of laat vinden de twee elkaar. Meestal in een schok.

Waar de fout ligt, en waar de weg is

Klassiek olieverf-portret: een moeder in eenvoudige kleding staat bij een fornuis in een warme keuken, roert in een pan; een klein kind kijkt naar haar op en zegt iets. Warm licht valt door een raam.
"Mamma ik heb honger." De eerste zin waarin alle drie de lagen samen werken. Het antwoord moet alle drie de lagen raken — in de juiste volgorde. Elke dag. Jarenlang.

De fout ligt niet bij de ouders, niet bij de leerkrachten, niet bij de managers, niet bij de jongeren zelf. De fout ligt in het feit dat we een samenleving hebben gebouwd waarin de onderste laag van een mens geen legitiem adres meer heeft. Niet thuis, niet op school, niet op het werk, niet op social media, niet in de spreekkamer.

De weg begint daar waar de fout begint: bij de allereerste zin. "Mamma ik heb honger" moet een antwoord krijgen waarin alle drie de lagen worden beantwoord. Eten (onderste). Een arm (middelste). Een woord (bovenste). In die volgorde. Elke dag. Jarenlang.

Dat vraagt van een samenleving dat zij ouders in staat stelt om die zin te horen en te beantwoorden. Dat betekent:

Dat is een ander vizier. Het is duur op korte termijn en goedkoop op lange termijn. Het is politiek onaangenaam en biologisch noodzakelijk. Het is precies wat we niet doen, omdat we het niet willen zien.

Waar een wil is is een weg. Die wil is er nog niet. Het is de opdracht van deze generatie om hem te maken — niet door harder te werken aan symptoombestrijding, maar door te durven kijken naar wat we onze kinderen aandoen op het moment dat zij voor het eerst zeggen: "mamma ik heb honger". En dan te doen wat nodig is om dat antwoord te kunnen geven.

Eten. Een arm. Een woord. In die volgorde.

Verder lezen — Editie 3

Bron

Jildou Beiboer, Alwine de Jong, Lien van der Leij, "Angstig, vermoeid en depressief: waarom zitten steeds meer jongeren ziek thuis?", Het Financieele Dagblad, augustus 2026.

← Terug naar Wat opkomt